Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

studio - (atelier; ruimte voor opnames en uitzendingen; klein appartement)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

studio zn. ‘atelier; ruimte voor opnames en uitzendingen; (BN) klein appartement’
Nnl. studio “werkkamer of atelier van een kunstenaar, inz. van een schilder of beeldhouwer” [1886; Kramers], ‘opnameruimte voor films’ in een kolossale studio, waar doorloopend acht films tegelijk worden opgenomen [1932; iWNT], ‘opnameruimte voor televisie en radio’ in dat er een studio was ... waarin een omroeper verschijnt [1947; iWNT], ‘werkruimte’ in alles wat de banketbakker na gedane arbeid in zijn studio bij elkaar veegde [1947; iWNT turfmolm], “(Belg.) soort vrijgezellenflat: woon-slaapkamer in een ruimte plus sanitaire voorzieningen en keukentje” [1984; Van Dale].
Ontleend aan Engels studio ‘eenkamerappartement’ [1942; OED], eerder al ‘opnameruimte’ [1911; OED], ‘atelierruimte’ [1819; OED], dat via Italiaans studio ‘atelierruimte’ [voor 1742; DELI], eerder ‘werkruimte, studieruimte’ [voor 1446; DELI], ‘studiehouding’ [voor 1292; DELI], teruggaat op Latijn studium ‘ijver’, zie → studie.
De betekenis ‘eenkamerappartement’ lijkt eerst in het BN te zijn gebruikt.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

studio [atelier] {1886} < engels studio < italiaans studio < latijn studium [het zich toeleggen op, ijver] (vgl. studie).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

studio s.nw.
1. Fotografiese of skildersateljee. 2. Vertrek of saal wat toegerus is om films in op te neem. 3. Vertrek vir radio-uitsendings.
Uit Eng. studio (1819 in bet. 1, 1911 in bet. 2, 1922 in bet. 3) of minder wsk. Ndl. studio (1886 in bet. 1, 1950 in bet. 3).
D. Studio (in bet. 2 en 3).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

studio (Engels studio)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

studio ‘atelier’ -> Indonesisch studio ‘atelier’; Surinaams-Javaans stidio ‘atelier’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

studio atelier 1886 [KKU] <Engels

J. Posthumus (1986), A Description of a Corpus of Anglicisms, Groningen

studio, plural studio’s, de ['stydio:/s] Koenen 1940; Koenen 1974; Van Dale 1976. Compounds/derivations: studio geluid; fotostudio, keukenstudio, opnamestudio, video-studio. Derivation: studiootje (only in compounds). Compounds/derivations: achterafstudio. Editorial comment: This Italian word has reached us via English. The compound ‘keukenstudio’, found in an advertisement, represents a new meaning, namely that of ‘showroom’. This semantic extension could not be found for English, and has probably come in from Germany, where ‘Küchenstudios’ are abundant. (Similarly ‘Wohnstudio’). Loanword from English studio n.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal