Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

structuur - (raamwerk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

structuur zn. ‘raamwerk’
Mnl. structuur ‘bouwwerk’ in ende andere schoone structuren ende edificiën ‘en andere mooie bouwwerken en gebouwen’ [voor 1492; MNW ongeregeltheit]; vnnl. ‘wijze van opbouw, inwendige bouw van een stof o.i.d.’ in de Structure van 's Menschen lichaem [1634; WNT].
Al dan niet via Frans structure ‘het bouwen, opbouw, organisatie’ [eind 14e eeuw; Rey] ontleend aan Latijn strūctūra ‘het bouwen, metselwerk’, een afleiding van het werkwoord struere (verl.deelw. strūctum) ‘oprichten, bouwen, in rijen leggen, opstapelen’, verwant met → strooien.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

structuur [wijze van opbouw] {structure [bouwwerk] 1494-1512} < frans structure [het bouwen] < latijn structura [het bouwen, metselwerk], van struere (verl. deelw. structum) [in rijen leggen, opstapelen, bouwen].

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

structuur ‘wijze van opbouw’ -> Indonesisch struktur ‘wijze van opbouw’; Sranantongo strokturu ‘wijze van opbouw’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

structuur wijze van opbouw 1494-1512 [HWS] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal