Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

strook - (reep)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

strook zn. ‘reep’
Vnnl. stroock ‘smalle reep’ in Eene smalle ende langhe stroocke Duyns ‘een smalle, lange strook duin(gebied)’ [1604; iWNT], ‘reep stof’ in De stroocken van uw rock ‘de stroken van uw rok’ [1616; iWNT]; nnl. strook ‘smalle reep’ in een klein strookje Papier [1785; iWNT], Vier lange lederen strooken [1808; WNT], ‘sierband’ in linnen schorten met strooken over de schouders [1910; iWNT], ‘smal gedeelte van een oppervlak’ in Aan de nok van de mijt blijft ... overal eene strook van ongeveer 20 c.M. breedte onbedekt [1910; WNT], strook land [1947; WNT reep I].
Afleiding van de stam van → stroken in de verouderde betekenis ‘langs iets gaan, aan iets grenzen’.
Nnd. strook ‘reep’; < pgm. *strauk-. Met andere ablaut nno. strok, strøk ‘streek; aai’; nzw. stråke ‘strijkstok’; pgm. *struka(n)-.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

strook1* [reep] {1604} van stroken (vgl. strook2).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

strook znw. v. eerst na Kiliaen, oudste plaats 1604 uit het nnd., vgl. ook oost-fri. strōk. — Verbaalnomen bij stroken.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

strook znw., nog niet bij Kil. Ook oostfri. Hierbij Kil. “stroocken. Hol. j. strıjcken, streelen” (= nnl. stroken).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

strook znw. Reeds begin 17e eeuw.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

strook v., van *struiken (z. stroken 1), gelijk streek van strijken.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

strook ‘reep’ -> Duits dialect Strook ‘reep, volant, gordijn’; Indonesisch setruk, strok, struk ‘reep, smal stuk stof of papier’; Papiaments † strooki ‘reep’; Sranantongo stroki ‘lendendoek’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

strook* reep 1604 [WNT strook I]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal