Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

stress - (psychische spanning)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

stress zn. ‘psychische spanning’
Nnl. stress ‘te zware belasting’ in ziekten die door “stress” (d.i. overbelasting) worden veroorzaakt [1950; Laarder Courant], ‘spanning, overbelasting’ in koolhydraatwisseling tijdens stress [1959; Bouman], De psychiater ... zou een onderzoek willen doen naar wat hij noemt stress aan de top [1971; WNT Aanv.].
Ontleend aan Engels stress ‘fysieke of psychische spanning; resultaat daarvan’ [1942; OED], eerder al ‘druk, spanning’ [1513; OED], ouder stres ‘tegenspoed, ellende’ [1303; OED]. Dit woord is een verkorting van distress ‘tegenspoed’ [ca. 1280; BDE], dat ontleend is aan Oudfrans destresse ‘gespannen situatie, tegenspoed, angst’ [begin 14e eeuw; TLF], ouder destrece ‘id.’ [1160; TLF] (Nieuwfrans détresse), ontwikkeld uit vulgair Latijn *districtia ‘remming, beperking, tegenspoed’, van klassiek Latijn districtus, verl.deelw. van distringere ‘uiteentrekken, belemmeren’, in middeleeuws Latijn ook ‘dwingen’; dat ww. is gevormd uit het voorv.dis- ‘uiteen’ en stringere ‘trekken, straktrekken, aansnoeren’, zie → stringent. Engels stress is wrsch. later tevens samengevallen met een ontlening aan Oudfrans estrece ‘engte, benauwing, verdrukking’ < vulgair Latijn *strictia ‘id.’, van klassiek Latijn strictus ‘opeengeperst, strak, star’, verl.deelw. van het genoemde ww. stringere, zie ook → strikt ‘streng, nauwkeurig’.
Lit.: P.R. Bouman (1959), Bijnierschors en koolhydraatwisseling tijdens stress, proefschrift Groningen

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

stress [spanning] {na 1950} < engels stress, van to stress [druk leggen op] < me. frans estrecier > frans étrécir, van laat-latijn ∗strictiare, teruggaand op latijn stringere (verl. deelw. strictum) [snoeren].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

1stres s.nw.
Oorspr. spanningsdruk, tans spanning as sodanig.
Uit Eng. stress (1896).
Eng. stress is wsk. 'n verkorting van distress, met lg. uit Middelengels destresse, met lg. deels uit Oudfrans estrece 'benoudheid, onderdrukking' uit Latyn strictus 'saamgedruk', die verlede dw. van stringere 'styftrek'.
D. Stress (20ste eeu), Ndl. stress (ná 1950).

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

stresse 2 (DB), strense (GG: K), zn. v.: moeilijkheid, probleem, benarde toestand, nood; streek, bedrog, gemene streek, grap. Door procope < Ofr. destrece ‘enge doorgang, engte, angst, benarde toestand, dwang, lijfsdwang, druk, nood’ < volkslat. *districtia ‘engheid’ < districtus, volt. dw. van distringere ‘drukken, spannen’. Vgl. E. distress ‘nood, ellende’, waaruit stress. De vorm strense vertoont «-epenthesis.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

stress (Engels stress)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

stress [stres] psychische druk, spanning.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

stress ‘spanning’ -> Indonesisch strés ‘spanning’ (uit Nederlands of Engels); Javaans dialect strès ‘spanning’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

stress zn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = spanning, belasting, druk. De dertigers van deze tijd voelen de druk om beter te presteren dan waartoe ze zich in staat voelen.

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

klooien [prutsen, stuntelen] (1961). In 1961 verschijnt de achtste druk van het woordenboek van Van Dale onder redactie van C. Kruyskamp. Hij is de eerste die in een woordenboek onder meer de volgende woorden opneemt: afwasmachine, flut, homofiel, klooien, ongesteld (‘menstruerend’), ontiegelijk, optutten, pleuren, schnabbelen, stress, stronteigenwijs en het scheldwoord zak.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

stress spanning 1961 [GVD] <Engels

J. Posthumus (1986), A Description of a Corpus of Anglicisms, Groningen

stress, [strɛs] Koenen 1974; Van Dale 1976. Loanword from English stress n.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal