Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

straddle - (combinatie van koop- en verkoopoptie, rolsprong)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

straddle [combinatie van koop- en verkoopoptie, rolsprong] {1901-1925 als beursterm; in de betekenis ‘rolsprong’ na 1950} < engels straddle [spreidstand], van to straddle [de benen spreiden], van de vroegere verl. tijd strad, van to stride [strijden, wijdbeens zitten] + het iteratief achtervoegsel -le.

Thematische woordenboeken

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

straddle [stredul] {schrijlingse zit} transactie waarbij zowel een put optie als een call optie met betrekking tot dezelfde onderliggende waarde en op dezelfde voorwaarden gekocht dan wel verkocht worden.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal