Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

stormvogeltje - (vogelsoort)

Thematische woordenboeken

H. Blok en H.J. ter Stege (2008), De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis, 4e editie, Leidschendam

STORMVOGELTJEHydrobates pelagicus
Duits Sturmschwalbe
Engels Storm Petrel
Frans Océanite tempête
Fries Seemokje
Betekenis wetenschappelijke naam: waterloper van de volle zee. Onze vroegere zeevaarders viel het al op: wanneer de storm opstak waren deze vogeltjes er ook. Zij kregen de naam Malefeiter, later verbasterd tot Malefiet en Malleviet. De van Portugese zeevaarders overgenomen naam betekent ‘kwaaddoener’. Sommigen kennen hem vandaag nog als Malefijtje (Kat). Het gezegde ‘het zijn Malefijten die wind en regen schijten’ werd overigens ook ten aanzien van de grotere stormvogels gebruikt. De vogeltjes werden mede door hun overwegend zwarte kleur als afgezanten van boze geesten gezien, die storm op zee kwamen aankondigen. Hun aanwezigheid was dus een belangrijk signaal voor de zeelui. Het zijn overigens de kleinste – 15 cm – op de oceaan levende vogels. Eveneens uit die tijd kennen we de naam Petrel, welke van Engelse zeelui werd overgenomen. Zij op hun beurt moeten die naam hebben gevormd uit het Duitse Peterl(e), waarmee een duivel of boze geest werd aangeduid. Engelse volksnamen voor het Stormvogeltje zijn Devil’s Bird, Witch en Pitteral. Over de achtergrond van Pitteral zijn de meningen echter verdeeld. Is het een verbastering van Petrel; is ‘pit’ z’n broedhol; is ‘pit’ een deel van z’n roep evenals ‘ral’? Of gaat het om een samentrekking van pitter-patter, dat trippelen of aantikken betekent? In het laatste geval is er verband met het gedrag van de vogel om bij het voedsel zoeken met hangende pootjes laag over het wateroppervlak te vliegen, waardoor de indruk ontstaat dat ze over het water lopen. Zo ziet men ze vaak met een schip meevliegen om het achter de boeg opgewoelde plankton op te pikken. Men maakte een vergelijking met het bijbelverhaal naar Mattheus 14:22-33, wanneer Petrus over de golven loopt, en gaf het vogeltje de naam Sint Pietersvogel(tje). Aldus werd een contrast gecreëerd ten opzichte van Petrel. De slecht-weer-voorspeller is er weer in de namen (Gewone) Onweersvogel, Stoarmfûgeltsje (Fr), Stoarmmok (Fr), Stoarmswel (Fr), Stormzwaluw en Stormvink. Het vermelde ‘swel’ en ‘zwaluw’ zijn overgenomen van het Vaal Stormvogeltje (zie hierna), dat een zwaluwstaart heeft. Bij het Stormvogeltje is het staarteinde echter recht maar in de vlucht doet hij wel aan een zwaluw denken. Ook kreeg hij de naam Stroomvink, welke, indien het geen verschrijving is geweest, verband kan houden met het vliegen in een golfdal om uit de wind te blijven. Bij dit donkere vogeltje valt de witte stuit op en daarom heet hij ook Witgatje. Het vogeltje is nauwelijks groter dan een mus en zo donker als een rat. Hieruit ontstond zijn naam Rotje, wat oorspronkelijk een liefkozende naam voor een klein kind of een baby was. Ook het moderne Stofje, een gecomprimeerde vorm van z’n Nederlandse naam, is een vondst. In de vermelde Friese naam, ook geschreven als Sémokje is ‘mokje’ de algemene benaming voor meeuwtje.

VAAL STORMVOGELTJEOceanodroma leucorha
Duits Wellenläufer
Engels Leach’s Storm-Petrel
Frans Pétrel culblanc
Fries Stoarmswel
Betekenis wetenschappelijke naam: oceaanloper met witte stuit. Is vaalbruin van kleur. Z’n namen komen vrijwel overeen met die van het Stormvogeltje. Naast de reeds genoemde zijn dat Stoarmfûgeltsje (Fr), Vale Stormvogel en Séswel (Fr) = zeezwaluw. Ook uit ‘swel’ blijkt dat deze vogel een zwaluwstaart heeft. Een naam bij onze zuiderburen is Vorkstaartstormvogeltje. In tegenstelling tot het Stormvogeltje volgt hij geen schepen en dit kan de reden zijn dat hij minder opviel en daardoor minder namen kreeg.

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Bont Stormvogeltje Pelagodroma marina (Latham: Procellaria) 1790. In N 1x (op 23 november 1974) gevonden soort stormvogeltje, dat i.t.t. Stormvogeltje ↑ en Vaal Stormvogeltje ↑ veel wit in het verenkleed vertoont; vandaar bont (hier: zwart en wit). De leden van de van toepassing zijnde familie (Hydrobatidae) heten in het N Stormvogeltjes, om het verschil te maken met de soorten uit een andere familie waartoe de (veel grotere) Noordse Stormvogel ↑ behoort.
In HFP 1973 heet de soort N Fregatstormvogeltje ↑, niet te verwarren met de Fregatvogels Fregata. Kort vóór de N vondst was de N naam door de Commissie Nederlandse Avifauna veranderd in Bont Stormvogeltje [Andriesen & Tekke 1976; Limosa 49:11]
ETYMOLOGIE N bont ‘veelkleurig; niet effen van kleur; gevlekt’ <mnl bont, bunt (als bnw. = veelkleurig; als znw. = veelkleurig (gemêleerd) pelswerk); fries bûnt, bont; D bunt <mhd bunt ‘zwart-wit’, gezegd van pelswerk; <Lat punctus ‘gepuncteerd’, middeleeuws kloosterwoord voor ‘veelkleurig stiksel op gewaden’ <Lat pungo ‘steken, prikken, stompen’ (vgl. pugnax sub Kemphaan).

Stormvogeltje Hydrobates pelagicus (Linnaeus: Procellaria) 1758. Verklaring zie boven. De verkleiningsuitgang komt voort uit de kleine afmetingen van de soort, nog eens versterkt door de weids- en wijdheid van de zee. Bovendien is die uitgang altijd nadrukkelijk vermeld ter onderscheiding van de veel grotere (Noordse) Stormvogel. Er is ook nog het Vaal Stormvogeltje Oceanodroma leucorrhoa, dat iets groter is en iets valer (bruiner) van kleur, maar niettemin zeer moeilijk te onderscheiden. Daardoor gebeurt het nog al eens dat N zeetrekwaarnemers aan collega’s een “stormvogeltje” melden, daarbij in het midden latend of dit nu een Stormvogeltje dan wel een Vaal Stormvogeltje is. “stormvogeltje” kan dan verstaan worden als Stormvogeltje (Hydrobates) en dat wekt verwarring. Gebruike- lijk is dan ook om in het geval van een gedetermineerd Stormvogeltje te zeggen: “Gewoon Stormvogeltje” en zo staan we aan de wieg van een nieuwe vogelnaam! De naam “Gewoon Stormvogeltje” heeft echter weer zijn bezwaren, want zo gewoon (regelmatig in enige aantallen voorkomend) is het Stormvogeltje nu bepaald niet. Het is aan de Nederlandse kust aanzienlijk zeldzamer dan het Vaal Stormvogeltje.
Er is bij genoemde zeetrekwaarnemers nog nooit aan gedacht om ter vermijding van verwarring voor het Stormvogeltje te putten uit de aardige voorraad volksnamen, zoals Mokje (vgl. Mallemok) en Storm-Zwaluw (↑; bij Houttuyn 1763; hier ook: (Gewoone) Onweers-Vogel (zie sub Onweersvogels)).
De naam Stormzwaluw is zeer treffend, omdat het Stormvogeltje, ondanks zijn gemis aan een vork in zijn staart, zeer aan een boven zee vliegende (Huis)zwaluw doet denken. Fries Stoarmswel↑ echter zou dan weer verwarring kunnen geven, want dit is nu de officiële naam voor het Vaal Stormvogeltje. [De E benaming Petrel wordt door sommige bronnen [Houttuyn 1763 (“St. Pieters-Vogel”); Weekly 1967; Terres 1980] verklaard als verband houdende met Petrus, die gelijk de stormvogeltjes over het water kon lopen. Het is de vraag of dit aardige verhaal klopt: het in 1676 opgetekende E woord pitteral [WNCD 1980; Le Robert 1993] als voorloper van petrel laat weinig ruimte voor de naam van de apostel.]

Vaal Stormvogeltje Oceanodroma leucorhoa (Vieillot: Procellaria) 1817. Regelmatige passant langs onze kust in het najaar, vooral bij harde aanlandige wind, soms in enige aantallen (waardoor de verkorte naam Vaaltje dikwijls gehoord wordt). De soort lijkt op zijn kleinere verwant, het Stormvogeltje ↑. Schlegel 1852 noemt deze soort niet maar Wickevoort Crommelin 1858 vermeldt de (ws.) eerste vondst: “... is in November, bij eenen zwaren storm, in de nabijheid van Zandvoort gevangen. Verzameling van den Heer H.D. GILDEMEESTER BUSE te Haarlem.” Het bijbehorende jaartal zal tussen 1852 en 1858 liggen. De huidige N naam wordt daarbij al genoemd: “Het vale Stormvogeltje”.
Het woord vaal heeft volgens vD elf verschillende betekenissen. De meest oorspr. hiervan is ws. ‘(bleek)geel’; daarna zijn er andere kleurschakeringen met het woord vaal verbonden zoals ‘bleekbruin, geel bleekrood, rossig, grijs, donkergrijs en grauw’ (waarvoor zie sub Grauwe Fitis). Ook ‘verkleurd, kleurloos, eentonig en egaal’. Deze laatste betekenis is wel van toepassing op de onderhavige vogelsoort: qua kleur is het een ‘somber’ beestje. Behalve een vage lichtgrijze vlek op de bovenvleugel en een witachtige stuit is hij verder nogal donker van kleur, donkergrijsbruin. Qua kleur komt hij nog het meest overeen met de Grauwe Pijlstormvogel, maar ook wel met de Vale Pijlstormvogel of de Vale Gierzwaluw.
ETYMOLOGIE vaal: <mnl vale, vael, valu, va(e)luwe1, veluwe <oudsaksisch falu; D fahl ‘bleek, kleurloos’ en falb ‘bleekgeel, gezegd van sommige Paarden’ <mhd val, resp. val(a)wer <ohd valo, falo; oudnederfr falw2 <germ *falva- (vgl. ook sub Valk); fries feal; E fallow ‘vaalrood, vaalbruin, speciaal de kleur van Herten’ <middelengels falow <oudengels fealo, fealu, fealw; noors falmet ‘vaal, flets’; oudnoords fölr; buiten het germ: Lat pallidus ‘bleek’, Gr poliós ‘grijs, grauw’, litouws palvas ‘bleekgeel’, oudkerkslavisch plavu ‘wit’; welsh (keltisch) llwyd ‘grijs’(de p valt hier af); oudindisch palita ‘grijs’. Vgl. ook de etymologie van geel sub Geelborstje en zie ook sub Stormvogeltje.
TOPONIEM De aardrijkskundige naam Veluwe (<Felaouua (793)) past hierbij.

==

1 Zie ook Val(m)duif.

2 >F fauve ‘rossig’ (>F Fauvisme = bepaalde schilderschool c.1900) (vgl. onder Fuvetje) <mf falve (1080) <laatLat falvus (9e eeuw) <oudnederfr *falw <germ *falva-.

Wilsons Stormvogeltje Oceanites oceanicus (Kuhl: Procellaria) 1820. Zeer talrijk, op de zuidelijke oceanen voorkomend soort van stormvogeltje, dat op de trek ook in de kustwateren van Zuidwest-Europa wordt waargenomen, maar in de territoriale wateren van N en België éénmaal. De soort is genoemd naar Alexander Wilson (1766-1813), “the Father of American ornithology”. Hij werd geboren in Schotland, emigreerde in 1794 naar Amerika en kende, blijkens een brief aan William Bartram, in 1804 nog maar vier amerikaanse vogelsoorten bij naam. Van het grote werk American ornithology schreef en illustreerde Wilson 8 delen, de laatste 2 werden na zijn dood door George Ord voltooid. Ook in veel andere talen wordt deze Wilson (er zijn er nog meer in de wereld van de ornithologie) in de naam voor dit stormvogeltje geëerd. Zie ook sub Grote Franjepoot. [G Brands 1977 in De Lepelaar 51: 13-17 met enkele illustraties; J Balis 1968; Terres 1980; Evans 1993; Mearns 1988]
NAE 1958 vermeldt als N naam: Wilson’s Stormvogeltje. Eerder al noemde Van Oordt 1943 (1936?) de naam Wilson’s Stormvogeltje (p.9).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal