Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

stol - (soort brood)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

stol zn. ‘soort brood’
Nnl. meestal in samenstellingen en aanvankelijk als Duits woord: in een advertentie Kerstbrooden en Thüringer Weinachtstollen [1890; Leeuwarder Courant], zelf-gebakken Kerststol [1929; NRC], als simplex bijv. in Is de stol gaar, ... dan halen wij het brood uit de oven (in een recept voor een kerststol) [1931; Schager Courant].
Ontleend aan Duits Stollen ‘kerstbrood’, algemener ‘broodvormige koek’ [18e eeuw; Pfeifer], zo genoemd naar de vorm van de koek, bij algemener (Middelhoogduits) ‘paal, steunpilaar, rechte mijngang e.d.’.
Bij nhd. Stollen < ohd. stollo: mnl. stul, stol ‘stuk, brok; poot van een bed of kast’, nog Vlaams stul, beuterstul ‘boterklomp’; os. stollo ‘voetstuk’; < pgm. *stulla-.
Vermoedelijk een afleiding van dezelfde wortel als in → stal en → stellen. Zie ook → stollen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

stol* [kluit] {stoll 1477} oudhoogduits stollo, hoogduits Stolle; van de stam van stollen1.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

stol, stolle zn.: tol, houten stellage om bonen erop te drogen te zetten. Gewestelijk betekent stol ook ‘klomp, kluit, brok, stuk’. Vnnl. stolle, stulle, stuck, lap (Kiliaan). Ohd. stollo ‘stut, paal’, Mhd. stolle ‘stut, gestel’, D. Stollen, Os. stollo ‘gestel’. Verwant met Gr. stêlê ‘zuil, post’, bij Idg. *stel- ‘stellen; staand; staander, post’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

stol ‘luxe brood gevuld met krenten, rozijnen, sukade’ -> Duits dialect Stulle ‘belegd, gesmeerd of gedroogd stuk brood’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal