Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

stinkerd - (geurend persoon)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

stinkerd: iemand die stinkt; vandaar ook: gemeen persoon. Soms ook als een goedmoedige aanspreekvorm: ouwe stinkerd. Vgl. bunzing*.

Bloemen, Verhaage en Saalwijn, dat zijn lamlendige stinkerts, die nog geen hand zouwe durve uitsteken. (Lodewijk van Deyssel, De kleine republiek, 1889)
Die stinkerd! ’k Zie liever zijn hielen dan zijn teenen! (Reimond Stijns, Hard labeur, 1904)
‘Vuile stinkerd,’ zei ik dichtbij zijn oor. (Hugo Claus, De zwarte keizer, 1958)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal