Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

stelling - (het stellen, standplaats, stellage)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

stelling1* [het stellen, standplaats, stellage] {stellinge 1285} gevormd van stellen; in de betekenis ‘these’ vermoedelijk in omloop gebracht door Simon Stevin (1548-1620) als weergave van latijn propositio of grieks thèsis.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

stelling znw. v., mnl. stellinge ‘stellage’ is een afl. van stellen. — De bet. ‘these’ schijnt door Stevin ingevoerd te zijn, als een weergave van lat. propositio of gr. thésis.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† stelling znw. In de bet. ‘these’ wsch. door Stevin ( 1620) ingevoerd als vertaling van lat. propositio, gr. thésis; in de bet. ‘stellage’ reeds mnl.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

stel’ling (de, -en), (vooral gebr. in Nickerie ) aanlegsteiger. Men gaat van de Rivier tot dit Gebouw langs een Trap, op een Stelling van Boerwey*-Planken, wel honderd Schreeden lang () (Hartsinck 1770: 284; oudste vindpl.). - Etym.: In AN veroud. Ook in het E van Guyana, in D.g.f. als volgt verklaard: ’Wharf belonging to Dutch W.I. Company allowing acces to second depth and third depth land along rivers when the river facade had been sold to former-settlers.’ Zowel bij Hartsinck als in D.g.f. lijkt meer sprake te zijn van een lange loopbrug grotendeels over ontoegankelijk land. - Syn. brug* (1).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

stelling ‘these’ (bet. van Grieks thesis)

S. Theissen (1978), Germanismen in het Nederlands, Hasselt

stelling nemen [Zie ook stellingname.]

Deze uitdrukking wordt meestal als een germanisme (D. ‘Stellung nehmen’) beschouwd voor ‘een standpunt innemen, zich kanten (tegen), partij kiezen’.

In de woordenboeken heeft stelling nemen niet veel succes gehad: Van Dale keurt ze af en de meeste woordenboeken hebben ze zelfs niet opgenomen. Nochtans wijst de ontwikkeling bij Koenen, die ze eerst afkeurde en nu nog slechts de Duitse afkomst ervan vermeldt, op een zekere inburgering. Ook de vertaalwoordenboeken Van Gelderen en Jansonius hebben stelling nemen zonder verdere aantekening opgenomen.

Ch.F. Haje (1932), Taalschut, schrijf weer Nederlandsch, Leiden

Stelling nemen
uit het Duitsch. Ned. is zich kanten (tegen de voornemens dezer regeering), zich scharen (tegenover tweedrachtzaaiers in de partij), optreden tegen, partij kiezen tegen.

A. Moortgat (1925), Germanismen in het Nederlandsch, Gent

stelle, stelling. ― Ons zelfstandig naamwoord stelle, dat Fr. terre-plein beteekent, kan nooit, zooals het Duitsche Stelle, waardoor de fout ontstaan is, betrekking, ambt, post of plaats beduiden.
— Evenmin als stelle, is het woord stelling, ter vertaling van D. Stelle, verdedigbaar. Men zegt ambt, betrekking.
|| Alhoewel hij als dagbladbestuurder niet minder bijval vond, dan als dagbladschrijver, bleef hij alweer niet lang in de stelling, Sleeckx, Literatuur en Kunst, I, 168. In de volgende deelen ontmoeten wij diegenen der rampzaligen van het hondenleger terug, die aan den dood hebben kunnen ontsnappen, doch natuurlijk in eene geheel andere, soms in eene nog al verheven stelling en onder andere namen, 184. Hij hoopte er zich thans door zijne kundigheden en talenten eene eervolle stelling te verwerven, maar zag deerlijk zich in die verwachting teleurgesteld, II, 180.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

stelling ‘stellage; militaire positie; these’ -> Engels stelling ‘houten pier; aanlegsteiger’;? Engels stilling ‘schraag voor vaten’; Indonesisch setéléng, setéling, stéling ‘militaire positie’; Jakartaans-Maleis setèlèng ‘bordenrek’; Javaans sentèlèng ‘stellage, steiger; tentoonstelling’; Madoerees sētellēng ‘stelling, bok, schraag’; Makassaars sitêleng ‘bouwsteiger’; Menadonees stèleng ‘stellage’; Muna sitele ‘stellage om te zagen’; Berbice-Nederlands stellingi ‘aanlegsteiger; these’; Caribisch-Engels stelling ‘lange houten pier; aanlegsteiger’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

stelling* stellage 1285 [MNW]

stelling* these 1681 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal