Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

spurt - (sprint, korte snelheidsinspanning)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

spurt zn. ‘sprint, korte snelheidsinspanning’
Nnl. spurt ‘tussen- of eindsprint in een wedstrijd’ in “spurtjes” ... zijn dikwijls beslissend geweest op een race [1886; WNT], In de laatste ronde maakte L. een mooie spurt [1890; Nieuwe Amersfoortsche Courant], ‘korte snelheidsinspanning’ in een klein spurtje genomen, nadat hij vijf jaar had getreuzeld ‘snel een stukje gegroeid ...’ [1923; Groene Amsterdammer].
Ontleend aan Engels spurt ‘korte uitbarsting van activiteit’ [voor 1591; BDE], eerder al ‘korte tijdspanne’ [voor 1566; BDE], variant van ouder spirt ‘korte tijdspanne’ [ca 1550; BDE], waarvan de verdere herkomst onbekend is.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

spurt [sprint] {1886} < engels spurt, van to spurt, met metathesis < oudengels spryttan, verwant met spruiten.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

spurt (Engels spurt)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

spurt [spu:ht}{straaltje} plotselinge versnelling over een korte afstand.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

spurt sprint 1886 [WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal