Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

spitsroede - (dunne roede gebruikt om te straffen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

spitsroede [dunne roede gebruikt om te straffen] {1672} vermoedelijk < hoogduits Spitzrute; de uitdrukking spitsroeden lopen duidde oorspr. een militaire straf aan waarbij de gestrafte tussen twee rijen soldaten door moest lopen, met ontblote rug, terwijl beide rijen op hem insloegen met roeden van puntig rijshout.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

spitsroede v., naar Hgd. spitzrute, d.i. spitse roede.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Spitsboef is een puntige, fijne, sluwe boef (en boef is. oorspr. een knaap, vgl. ’t Hgd. Bube); eveneens is spitsvondig: spits (= fijn, loos) van vond (ons vondst), m.a.w.: wat fijn gevonden is; oorspr. dan ook in gunstige bet., vgl. Brandt: „de allergeleerdsten en spitsvondighsten.” In spitsbroeder is spits het Hgd. Spiess = spiets, speer, lans, dus ook al: het scherpe wapen; het woord beantwoordt alzoo aan ons: wapenbroeder. – Door de spitsroeden gaan is letterlijk: door de spitse roeden gaan.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

spitsroede ‘dunne roede gebruikt om te straffen’ -> Deens spidsrod ‘dunne roede gebruikt om te straffen’ (uit Nederlands of (Neder- of Hoog-)Duits); Noors spissrot ‘militaire straf’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

spitsroede dunne roede gebruikt om te straffen 1672 [WNT] <Duits

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2133. Door de spitsroeden loopen,

tusschen twee rijen jongens, die ongeveer een pas van elkander staan, heenloopen, en daarbij onthaald worden op vuistslagen of stompen. Eene herinnering aan eene oude straf, waarbij de schuldige met ontblooten rug tusschen twee rijen soldaten moest heenloopen, en daarbij van rechts en links met roeden van dun puntig rijshout geslagen werdTer Gouw, Volksvermaken, 34; Noord en Zuid XXVII, 121; Volkskunde IX, 217.. In de 17de eeuw door de spiesen dansen (Pers, 30 b), waarnaast in de 18de eeuw door de spitsroeden dansen (loopen, jagen); zie Tuinman I, 348; II, 165; 195; Sewel, 741: Door de spitsroede loopen, to run the gantlope (a punishment inflicted on soldiers); Halma, 600: Door de spitsroeden loopen, lustig gehekeld of doorgestreeken worden, être fort reprimandé Kalff, Het Onderwijs in de Moedertaal, 129: Poogt hij slechte waar binnen te smokkelen om geld te verdienen, dan moet men hem eene wandeling door de spitsroeden der critiek niet besparenAmsterdam, J.H. de Bussy, 1893.; De Cock en Teirlinck, Kinderspel III, 122: door de spitsroe(i)en passeeren, moeten; door de spitsen loopen; Antw. Idiot. 1161; Opprel, 63 b; De Cock1, 26; fr. passer par les baguettes, par les verges; hd. Spieszruten laufen (vroeger ook durch die Spiesze jagen); eng. to run the gauntlet; to be flogged through the line. Syn. is door de kordons (dirkiedons, kurkedons; fr. cordon), dat opgegeven wordt door Boekenoogen, 489; Molema, 194 (kerdonseln) en V. Schothorst, 151. Andere synoniemen vindt men bij De Cock en Teirlinck, Kinderspel III, 121-123.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal