Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

spekken - (van geld voorzien)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

spekken ww. ‘van geld voorzien’
Mnl. ghespect ‘voorzien van een speklaag’ in het was .v. elnen dicke ghespect ‘het (zeemonster) had een speklaag van vijf el dik’ [1276-1300; VMNW], gherebbet ghespecket ... na .i. swijn ‘met ribben en een speklaag als een varken’ [1287; VMNW], ook overdrachtelijk ‘rijkelijk voorzien van inhoud’ in de borse ... Met florinen wel gespect ‘de beurs, goed gevuld met florijnen’ [1300-50; MNW-R]; vnnl. hadden zy de kas t'over gespekt ‘hadden zij de kas rijkelijk voorzien van geld’ [1638; iWNT].
Afleiding van → spek 1.
Aanvankelijk bestond vooral het bn. gespekt, dat geen afleiding van een werkwoord spekken is, maar rechtstreeks is afgeleid van spek met het voorvoegsel → ge- (sub e) ‘voorzien van’. Een dikkere speklaag bij slachtdieren leverde vroeger een hogere opbrengst op; zo kon de overdrachtelijke betekenis gespekt ‘voorzien van geld’ ontstaan. Later ontstond hierbij een werkwoord spekken zoals in het citaat uit 1638 (met hadden, dus met een echt deelwoord).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† spekken ww., komt sedert de 16e eeuw voor; in de overdr. bet. ook hd. (spicken, sedert het laat-Mhd.; toch wel niet zoo oud als de i zou kunnen doen denken), de. spække, zw. späcka.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

spekken ‘vetmesten; goed van geld voorzien; korte kabelgarens dicht bij elkaar door een stuk zeildoek e.d. steken’ ->? Duits spicken ‘vullen, vetmesten; omkopen’; Deens spække ‘vetmesten; spek eraf snijden; goed van eten en drinken voorzien; korte kabelgarens dicht bij elkaar door een stuk zeildoek e.d. steken’ (uit Nederlands of Nederduits); Russisch špigovát', špikováť ‘met een spijker vastnagelen, korte kabelgarens door een stuk zeildoek steken’; Oekraïens špigovát' ‘met een spijker vastnagelen’ <via Russisch>; Sranantongo spèk ‘vetmesten; goed van geld voorzien’.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

667. Een gespekte beurs,

d.w.z. eene goed gevulde beurs. Een uitdrukking, die we sedert de middeleeuwen aantreffen o.a. in die Rose, vs. 7882: De borse met florinen wel gespect. Zie verder Roemer Visscher's Sinnepoppen, eerste schock, XLI: De Broeders van de Bende die garen de gilde spelen, zijn wel fraey gemoet, soo langh als de beurs noch wel gespeckt is; Van Lummel, 354: Mijn comptoir is nu qualijck gespeckt. Ook spreekt men van een goed gelardeerde beurs, waarin gelardeerd (fr. larder), evenals gespekt, eigenlijk beteekent met stukjes spek voorzien, en verder bij uitbreiding in 't algemeen voorzien van geld, het vette der aarde. Vgl. nog de Friesche zegswijze hy scil wol goed spek ha, hij zal zeker goed geld nalaten; de uitdr. een vetje, d.i. een voordeeltje, een kleine winst; de Groningsche uitdr. spek zetten, d.i. ‘zooveel verdienen dat men van belang kan overhouden, zoodat men welgesteld wordt’ (Molema. 394 a), en een smerig baantje, een vet baantje, een voordeelig postje; een vette pot, een goed gevulde spaarpot, enz. Ook in het Noorsch en Deensch is de uitdr. bekend spaekke en Pung; en vel spaekket Pung, In het hd. ein gespickter Beutel; zie Kluge, Studentensprache, 127 a. Voor Zuid-Nederland zie Antw. Idiot. 481 en vgl. no. 429.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal