Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

speeksel - (mondvocht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

speeksel zn. ‘mondvocht’
Mnl. eerst specle ‘speeksel’ [1240; VMNW] en spekele ‘id.’ [1291-1300; VMNW], dan speecsel ‘mondvocht’ in Dat die mont geeft vele speecsels [1351; MNW].
Ontstaan door suffixsubstitutie uit ouder spekel, naar analogie van andere woorden met → -sel met een vergelijkbare betekenis, zoals smeersel, mengsel, uitwerpsel.
Bij spekel: ohd. speihhila (nhd. Speichel); ofri. spekle; alle ‘speeksel’, < pgm. *spai-klō-. Met dezelfde betekenis en met een extra achtervoegsel horen hierbij ook: os. spēkaldra (mnd. spekeldere); ohd. speihhaltra; got. spaiskuldr. Daarnaast ook mnd. speke en mhd. speich(e), die misschien zijn gevormd door herinterpretatie van -el als achtervoegsel.
Daarnaast met ander achtervoegsel: ofri. spēdla, spēdel ‘speeksel’ en oe. spādl ‘id.’ < pgm. *spai-tla-.
Pgm. *spai-klō- en *spai-tla- zijn met verschillende instrumentsuffixen en met ablaut afgeleid van de wortel *spei(w)- (> *spī(w)-) van → spuwen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

speeksel* [mondvocht] {speecsel 1351, naast spekel(e) 1201-1250} middelnederduits spekele, spedel, oudsaksisch spekaldra, oudhoogduits speihil(l)a, speihaltra, oudfries spēkle, spēdla, oudengels spādl; van dezelfde stam als spuwen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

speeksel znw. o., laat-mnl. speecsel, met het -sel- suffix in de plaats van een oudere vorm spēkel m. v. o., Kiliaen speeckel, mnd. spēkele, ohd. speihhil(l)a v. (nhd. speichel m.). Een kortere vorm is nnl. antw. speek m., mnd. spēke v. en met andere suffixen nog os. spēkaldra, ohd. speihhaltra, got. spaiskuldr. Geheel afwijkend zijn verder mnd. spēdel, ofri. spēdla m., spēdel, oe. spādl, spāld, spātl o. — Dit van nature affectief gekleurde woord heeft zich op verschillende wijze gevormd uit een germ. wt. *spai(w), waarvoor zie: spuwen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

speeksel znw. o., sedert het latere Mnl. Met veranderd suffix voor Kil. speeckel, mnl. spêkel m. v. o. “speeksel” = ohd. speihhil(l)a v. (nhd. speichel m.), mnd. spêkele v., (ofri. spêkla m.?) “id.”. Hiernaast Antw. speek m., mnd. spêke v. “id.”, ohd. speihhaltra, os. spêkaldra v., got. spaiskuldr (o.?) “id.” en mnd. spêdel, ofri. spêdla m., spêdel, ags. spâdl, spâld, spâtl o. “id.”. Al deze vormen bevatten een zelfde element spai-; dit is uit spaiw- ontstaan, wsch. klankwettig vóór een volgende consonantisch beginnende lettergreep. Bij spuwen. Vgl. nog meng. spǫ̂t “speeksel”, ags. spæ̂tan “spuwen” enz. (bij spuiten).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

speeksel o., Mnl. id. en spekel, Os. spêkaldra + Hgd. speichel, waarnevens dial. Ndl. speek(el)en = spuwen, intens. van spijen (spijgen) gelijk Hgd. spucken het intens. is van den vorm die zich in ’t Ndl. als spuwen vertoont.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

speeksel s.nw.
Spoeg.
Uit Ndl. speeksel (Mnl. spekel).
D. Speichel (9de eeu).

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

speek (K), zn. m.: klad speeksel; flauwe uitlating. Zie speken.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Speeksel, van den Germ. wt. spiw = spuwen, bij ons met verscherpte bijvormen: spugen, spijgen, en in ’t dialect: speken. Hiervan is dan speeksel een afl.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

speeksel* mondvocht 1351 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal