Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

spam - (massaal verstuurde ongewenste e-mail)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

spam zn. ‘massaal verstuurde ongewenste e-mail’
Nnl. in Vinnie was zo stom om een spam - ongewenste reclame - rond te strooien in allerhande nieuwsgroepen [1995; Gelderlander], staat op Internet bekend als spam, de benaming voor ongevraagde berichten met een commercieel karakter [1996; Volkskrant].
Ontleend aan Engels spam ‘massaal verstuurd ongewenst elektronisch bericht’ [1993; OED], eerder al ‘ingeblikte gekruide ham’ [1937; OED], oorspr. een merknaam, geïntroduceerd door de Amerikaanse voedingsmiddelenfabrikant Hormel als vervanging van de eerdere naam Spiced Ham. Spice ‘specerij, kruid’ is ontleend aan Oudfrans espice, zie → specerij, voor ham ‘ham’ zie → ham 1.
In 1970 stelde de Engelse overheid een verbod in op sluikreclame op televisie. De samenstellers van de serie Monty Python's Flying Circus maakten dit verbod belachelijk door in een sketch in een lunchroom aan alle gerechten op de menukaart het woord spam toe te voegen. Verder stond er tijdens de sketch een koor uit volle borst Spam spam spam spam te zingen. Hierdoor werd normale communicatie in de lunchroom onmogelijk gemaakt. Spam ‘massaal verstuurde ongewenste e-mail’ is aldus de OED gebaseerd op dit laatste: het maakt normaal e-mailverkeer nagenoeg onmogelijk.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

spam (Engels spam)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

spam [spe:m] gekookte ham in blik. Oorspr. handelsmerk daarvoor, samengetrokken uit ‘spiced ham’ (gekruide ham).

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

spam zn. Ontleend aan het Engels.
[alg] = ongevraagd drukwerk, lastpost, ongewenste post. Van de Postlotenkloterij krijg ik bijna wekelijks ongevraagd drukwerk op de mat. Niet te stoppen.
[alg.] = vrijkaartje.
[alg.] = kettingkijken, marathonkijken, comakijken, serieslurpen, serieschrokken. Niet zelden leidt serieslurpen tot een kijkverslaving.

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

internet [wereldwijd computernetwerk] (1991). In 1991 komt het woord internet voor het eerst in het Nederlands voor. De komst van het internet levert in de jaren die volgen een groot aantal Engelse leenwoorden op, zoals bookmark, browser, cookie, cyberspace, homepage, hyperlink, webcam, weblog en website. In hetzelfde jaar wordt voor het eerst het woord e-mail in het Nederlands aangetroffen: dit digitale, elektronische postverkeer wordt vooral na 1995 op grote schaal gebruikt, en leidt tot nieuwe woorden als attachment, junkmail, provider en spam.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

spam ongevraagde mail 1997 [De Coster 1999] <Engels

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

spam (← Eng. ‘gekookte en ingeblikte ham’; eigenlijk een ludieke verwijzing naar SPAM, een Amerikaanse producent van goedkope blikjes corned beef; de negatieve bijklank dankt het woord evenwel aan een Monty Python-film, waarin de kijker minutenlang niets anders te horen krijgt dan spam), ongewenste reclameboodschappen via e-mail* of op Usenet, het elektronische prikbord van Internet*. Tegenwoordig is spam big business geworden. Heel wat bedrijven houden zich professioneel bezig met het vergaren van e-mailadressen en het versturen van grote hoeveelheden reclame.

Na rechtzaken in Amerika nu ook Nederlands verzet tegen ‘spam’-e-mail. (Elsevier, 09/08/97)
Spam is een typische internetterm waarmee ongewenste reclame in e-mailvorm wordt aangeduid. (PCM, december 1997)
Junkmail of spam is ongewenste post van een commerciële aanbieder die je zijn producten wil slijten. (PC-Consument, december 1997)
Een gehate manier van adverteren op Internet is ‘spam’, de elektronische variant van ongevraagd drukwerk. (NRC Handelsblad, 09/01/98)
Spam beperkt zich niet tot elektronische post. Op internet bestaan duizenden elektronische prikborden of discussiegroepen die naar onderwerpen zijn georganiseerd. Spammers trekken zich van dat onderscheid niets aan en sturen hun berichten — veelal van het type ‘Word snel rijk’ — naar alle discussiegroepen tegelijk. (Elsevier, 09/05/98)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal