Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

solair - (betreffende de zon)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

solair bn. ‘betreffende de zon’
Nnl. solaire ‘van de zon’ [1824; Weiland], solair of solārisch ‘id.’ [1847; Kramers].
Ontleend aan Frans bn. solaire ‘van de zon’ [1250-75; TLF], eerder al zn. soleire ‘(het) zuiden’ [ca. 1120; Rey], een ontlening aan Latijn sōlāris ‘van de zon’, een afleiding van sōl ‘zon’, verwant met → zon.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

solair [op de zon betrekking hebbend] {solaire 1824} < frans solaire < latijn solaris [zonne-], van sol [zon].

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Solair (= Fr. solaire; = Lat. soláris = tot de zon behorend; < → sol = zon). De zon betreffend, zonne-.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal