Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sofa - (bank)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

sofa zn. ‘bank’
Vnnl. een zeer schoone Sopha ..., voorzien van matrassen, kussens, en kostelyke tapyten [1698; iWNT vierkantig]; nnl. toen de Heeren in traden, zaten wij nog op de sopha [1784; iWNT], de sofa past den hoofschen heer [1802; iWNT al III].
Ontleend aan Frans sofa ‘id.’ [1690; Rey], eerder soffa [1519; Rey], dat ontleend is aan Turks sofa ‘divan’, dat op zijn beurt ontleend is aan Arabisch ṣuffa ‘kussen, bank met kussens, tegen de buitenmuur van een huis geplaatste niet-gestoffeerde bank, bank in een moskee’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sofa [bank] {1784} < frans sofa < turks sofa [divan] < arabisch ṣuffa [bank buiten tegen de muur van het huis].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

sofa znw. m., sedert de i8de eeuw < fra. sofa (sedert de 16de eeuw) < arab. ṣuffa ‘rustbank’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

sofa znw., nog niet bij Kil. Een ook in de andere germ. talen voorkomend woord, via ’t Rom. op arab. ṣuffa “rustbank vóór het huis” teruggaand.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

sofa v., over Rom. , uit Ar. ṣuffa = rustbank.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

sofa s.nw.
Opgestopte rusbank met rug- en armleunings.
Uit Ndl. sofa (1784). Eerste optekening in Afr. by Pannevis (1880).
D. Sofa (17de eeu), Eng. sofa (1717), Fr. sofa.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

sofa (Frans sofa)

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Sofa
Het Arab. zoffa (صفة), van den wortel zaffa, in eene rij plaatsen, bij Freytag een rustbank, meestal van steen; dit is de oude beteekenis, maar in later tijd beduidde het: eene van planken gemaakte estrade, ongeveer een voet hoog, die gewoonlijk een vierde en soms een derde der kamer aan ’t achtereind beslaat; zie Quatremère in bet Journal des savants van 1848, p. 46, die nog opmerkt, dat bij ons de beteekenis van ’t woord een weinig gewijzigd is; evenwel, Bocthor en Berggren hebben er geen zwarigheid in gevonden, sofa door zoffa te vertalen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

sofa ‘rustbank’ -> Indonesisch sofa ‘rustbank’; Ambons-Maleis sofa ‘rustbank’; Kupang-Maleis sofa ‘rustbank’; Menadonees sofa ‘rustbank’; Ternataans-Maleis sofa ‘rustbank’; Negerhollands sofa ‘rustbank’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sofa bank 1698 [WNT zoldering] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal