Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sociaal - (maatschappelijk; rekening houdend met anderen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

sociaal bn. ‘maatschappelijk; rekening houdend met anderen’
Vnnl. sociael ‘op gezelschap gesteld’ [1553; Van den Werve]; nnl. sociaal ‘gezellig’ [1650; Hofman], onze sociale inrigtingen ‘onze maatschappelijke instellingen’ [1806; WNT], sociaal ‘op gezelschap gesteld’ in daar ... mijn aard sociaal is [1823; WNT], sociale politiek ‘politiek op maatschappelijke noden gericht’ [1885; WNT].
Ontleend aan Frans social ‘op gezelschap gesteld’ [1530; Rey], ‘maatschappelijk’ [1557; Rey], eerder al ‘als bondgenoot verbonden’ [1355; Rey], zelf ontleend aan Latijn sociālis ‘kameraadschappelijk, van de bondgenoten’, een afleiding van socius ‘bondgenoot, kameraad, zakenpartner’.
Latijn socius is verwant met: Sanskrit sákhi- ‘bondgenoot, kameraad’; Avestisch haxi- ‘id.’; en wrsch. ook on. seggr ‘man, krijger’ en oe. secg ‘id.’; < pie. *sokw-h2-ōi, een afleiding van de wortel *sekw- ‘zich aansluiten, volgen’ van o.a. Latijn sequī ‘volgen’, zie → seconde en → zien.
In het Frans ontwikkelde de betekenis ‘maatschappelijk’ zich in de 18e eeuw verder, o.a. in de uitdrukking contrat social [1761; Rey], in het Nederlands wel vertaald als “Maatschappylyk Verdrag” [1784; Vad.lett., 432], een begrip dat door Rousseau verspreid werd en dat een hoofdrol speelde in de ontwikkeling van ideëen voor en tijdens de Franse Revolutie.
asociaal bn. ‘zonder sociaal besef, onbeschoft’. Nnl. in de a-sociale leugen (waarbij vooral het eigen ik op den voorgrond komt) [1926; Grosheide]. Afleiding van sociaal met het Grieks/Latijnse voorvoegsel → a- ‘niet’. ♦ socialisme zn. ‘leer van gelijkheid en sociale rechtvaardigheid’. Nnl. Een tweede leer die, in veler oog, niet minder door bevalligheid uitmunt; het Socialisme [1848; iWNT]. Internationaal neologisme, wrsch. voor het eerst gevormd in het Frans als socialisme [1831; TLF] en afgeleid van sociaal met het achtervoegsel → -isme.
Lit.: F.W. Grosheide e.a. (1926-31), Christelijke encyclopaedie voor het Nederlandsche volk, Kampen, 3, 669b

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sociaal [maatschappelijk] {1805, maar al eerder als ‘tot aansluiting geneigd, gezellig levend’ 1650} < frans social < latijn socialis [behorend bij het (bond)genootschap], van socius [gemeenschappelijk, verbonden, bondgenoot, metgezel], verwant met sequi [volgen].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

sociaal’ pleidooi (het, -en), pleidooi voor een rechtbank waarbij ten gunste van verdachte sociale omstandigheden worden aangevoerd of een beroep wordt gedaan op sociale gevoelens. De openbare aanklager had de verdachte voorgebracht wegens het bezitten van marihuana, een feit waaraan hij zich overigens vaker heeft bezondigd. Mr. Gangaram Panday hield een sociaal pleidooi. De advocaat zei dat zijn cliënt hem verzekerd had naar zijn vader in Brokopondo te zullen terugkeren, waar hij tevens een baan zal zoeken (WS 30-4-1983).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

sociaal ‘maatschappelijk’ -> Indonesisch sosial ‘maatschappelijk; voorkomend, vriendelijk; vrijgevig’; Ambons-Maleis sosial ‘maatschappelijk’; Madoerees sosiyal ‘maatschappelijk’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

conservatief [politiek behoudend] (1848). In 1848 breken overal in Europa revoluties uit. Een direct gevolg hiervan was een grondwetswijziging naar Engels voorbeeld, op initiatief van de liberale politicus Johan Rudolph Thorbecke (1798-1872). De invloed van Engeland op de Nederlandse politieke ontwikkelingen is in deze periode zeer groot, en als gevolg daarvan worden er veel Engelse politieke termen overgenomen, zoals conservatief, debater, demonstratie (‘betoging’), imperialisme, internationaal, parlement, pragmatisme, protectionisme en quorum. De nieuwe staatsinrichting in de negentiende eeuw zorgt sowieso voor allerlei nieuwe termen in het Nederlands, zoals actief kiesrecht, passief kiesrecht, kieswet en volksvertegenwoordiging. Neerlandicus Jan te Winkel zegt hierover in het gedenkboek Eene halve eeuw 1848-1898: “Zoo heeft de meer democratische regeeringsvorm van 1848 allerlei woorden in onze spreektaal ingevoerd, die of geheel nieuw waren of te voren slechts nu en dan waren geschreven. Daar het jeugdig parlementarisme zich het zooveel oudere en meer ontwikkelde Engelsche in menig opzicht tot voorbeeld nam, kwamen er als van zelf ook Engelsche woorden in de mode, als budget (naast “begrooting”), club, en daarvan de jongere samenstelling kamerclub, meeting en speech [...]. Partijnamen ontstonden als clericaal en christelijk-historisch, behoudend en vooruitstrevend (’t laatste nog jong, zooals over het algemeen het streven zonder nader aangeduid doel), socialistisch (of sociaal, zooals het volk zegt) en radicaal, dat nu ook absoluut gebruikt kan worden, terwijl men vroeger alleen van “radicaal bedorven”, enz. kon spreken. Tamelijk nieuw zijn ook nog monsterverbond, kiesplicht, stemplicht, dienstplicht, leerplicht , schoolplicht. Tot het allernieuwste (sinds 1897 bekend) behoort ook stempotlood.”

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sociaal maatschappelijk 1805 [WNT] <Frans

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

sociaal pact, overeenkomst tussen werkgevers en werknemers.

In het sociaal pact pleiten werkgevers en werknemers voor vergaande loonmatiging. (NRC Handelsblad, 05/11/93)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal