Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

snuit - (vlasafval)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

snuit2* [vlasafval] {1681} van afsnuiten.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

snuit 1 v. (van vlas), van snuiten = afsnuiten.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

snute zn.: vlasafval, snuit. Ook Wvl. Het resultaat van het snuiten van het vlas, d.i. het vlas ontdoen van loshangende vezels en eindjes. Vgl. een kaars snuiten ‘het verbrande deel van de wiek afsnijden’. Naar de betekenis hoort het woord ongetwijfeld bij snijden. Vgl. snuttelen.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

snute (ZV), zn.: vlasafval. Ook Wvl. Het resultaat van het snuiten van het vlas, d.i. het vlas ontdoen van loshangende vezels en eindjes. Vgl. een kaars snuiten 'het verbrande deel van de wiek afsnijden'. Naar de betekenis hoort het woord ongetwijfeld bij snijden. Vgl. snuttelen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

snuit ‘(gewestelijk) vlasafval’ -> Engels † snute ‘vlasproduct’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal