Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sloddervos - = slordevos

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

sloddervos zn. ‘slordige persoon’
Nnl. sloddervos ‘slordige of slordig geklede persoon’ [1685-98; iWNT].
Samenstelling van slodderen ‘los en wijd om het lichaam hangen (van kleren)’, zie → slobberen 2, en → vos in een overdrachtelijke betekenis ‘onnet persoon’. De oorspr. betekenis is dus ‘slordig geklede persoon’, vanwaar algemener ‘slordig handelende persoon’.
Onder invloed van → slordig en door metathesis ontstond de variant slordevos ‘sloddervos’ [1899; iWNT hanggat], waarvan het eerste lid overigens al eerder voorkomt in slordebel [ca. 1600; iWNT slord], naast slordevod [ca. 1801; iWNT slord].

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sloddervos slordig mens 1693 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal