Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sleunen - (hard werken)

Etymologische (standaard)werken

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

sleunen o.w., bij Kil. sleunen, slonen, behoort wellicht bij sloven.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

sleunen, slenen, ww.: snoeien, uitdunnen (door het wegkappen van takken). Vnnl. sleunen, slonen ‘snoeien, takken weghakken’ (Kiliaan). Wellicht uit Mnl. *sleumen, slumen ‘ontschorsen’ van Mnl. slume, sleume ‘bast, schil’ (zie sluim). Vnnl. sluymen, pellen ‘ontschorsen’ (Kiliaan). Afl. sleendjer ‘snoeier’.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

sleunen, slenen, slunden, ww.: snoeien, uitdunnen (door het wegkappen van takken). Vnnl. sleunen, slonen ‘snoeien, takken weghakken’ (Kiliaan). Wellicht uit Mnl. *sleumen, slumen ‘ontschorsen’ van Mnl. slume, sleume ‘bast, schil’ (zie sluim). Vnnl. sluymen, pellen ‘ontschorsen’ (Kiliaan). Afl. sleunder, sleuder ‘snoeier’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal