Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

single - (enkelspel bij tennis)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

single [enkelspel bij tennis, grammofoonplaatje met één nummer per kant] {1926-1950 in de betekenis ‘enkelspel’; als ‘grammofoonplaatje’ na 1950} < engels single [afzonderlijk, alleen] < oudfrans sengle < latijn singulus, mv. singuli [telkens één, elk afzonderlijk], verwant met simpel2.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

single (Engels single)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

single [singgul] 1. grammofoonplaatje met aan iedere zijde maar één nummer; 2. alleenstaand(e).

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

single bn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = alleenstaand, vrijgezel, alleengaand. Uiteindelijk ging de 'eeuwige vrijgezel' voor de bijl en trad in het huwelijksbootje.

single zn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = alleenstaande, vrijgezel, alleengaande. Als vrijgezel heb ik de bloemetjes vaak buitengezet.
= uitschot, schorr(i)emorrie.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

single enkelspel bij tennis 1919 [Aanv WNT] <Engels

single grammofoonplaatje met één nummer per kant 1950 [WP jaarboek 1958 (langspeelplaat)] <Engels

single vrijgezel 1989 [Peptalk] <Engels

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

single (← Eng.), vrijgezel, alleenstaande. De term is begin jaren tachtig opgekomen. → solo*.

Robert van Kralingen, dansleraar in Dwingeloo (Drenthe), ontdekte bijvoorbeeld dat er veel ‘singles’ kwamen op zijn danslessen en stelde een aparte singleavond in. (Inez van Eijk: Bij jou of bij mij?, 1994)
Momenteel is ze ‘een vrolijke single’, aldus haar manager. (Nieuwe Revu, 27/12/96)
Nee hoor, ik ben vooral aantrekkelijk voor vrouwelijke singles op zoek naar een man die haar bevrijdt van het getik van haar biologische klok. (Opzij, juni 1997)

J. Posthumus (1986), A Description of a Corpus of Anglicisms, Groningen

single, ['sɪŋ(ɡ)əl] Koenen 1974 (second numbered sense in lemma); Van Dale 1976 (second numbered sense in lemma). Compounds/derivations: single-opname (= grammofoonplaat). Editorial comment: Koenen 1974 gives spelling ‘singel’. Loanword from English single n.

Winkler Prins Boek van het jaar (1958-1980), Amsterdam / Brussel (lemma ‘Nieuwe woorden in onze taal’)

singlegrammofoonplaatje met één nummer per kant (1957)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal