Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sika - (zandvlo)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

si’ka (de, -’s), zandvlo, d.i. een vlo waarvan het wijfje zich in de huid van mensen boort (Tunga penetrans). Overal zien we dan ook Indianen bezig bij zichzelf of bij elkaar sika’s uit te peuteren (van der Horst 50). - Etym.: E chigoe, jigger = id.; volgens RD (87) van ’jiga’ (Wolof, een Afr. taal), bet.: rode larf van een soort mijt. Oudste vindpl. Teenstra 1835 I: 392 (Sieka), die verder ook schrijft (I: 480) tschike, chieke. Bij Hartsinck (1770: 105) Chica, bij Kappler (1854) tsjica (68) en sicca (116).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal