Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

set - (deel van sommige sportwedstrijden; stel; filmlocatie)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

set zn. ‘deel van sommige sportwedstrijden; stel; filmlocatie’
Nnl. set eerst nog als exotisme in [Zij] noemt zonder omwegen “the Marlborough-House set” - de omgeving van den prins en prinses van Wales [1892; Groene Amsterdammer], ‘deel van een tenniswedstrijd’ [1907; Elsevier], ‘filmlocatie’ [1927; Groene Amsterdammer], ‘bij elkaar horende voorwerpen’ [1933; Groene Amsterdammer].
Ontleend aan Engels set, met de betekenissen o.a. ‘filmlocatie’ [1912; OED], ‘groep decorstukken in een toneelstuk’ [1859; OED], ‘groep bij elkaar horende mensen’ [1682; OED], ‘deel van een sportwedstrijd’ [1578; OED], uit algemener ‘verzameling voorwerpen’ [1561; OED] en ‘religieuze gemeenschap’ [1387; OED]. Het Engelse woord is ontleend aan Oudfrans sette, variant van secte ‘opeenvolging’, ontleend aan Latijn secta ‘groep volgelingen’, zie → sekte. De betekenisontwikkeling in het Engels is echter sterk beïnvloed door het niet-verwante werkwoord set ‘zetten’, zie → zetten: zo kon de betekenis ‘verzameling voorwerpen’ opgevat worden als ‘dat wat bij elkaar gezet is’, vergelijk Duits Satz ‘set’.
In de betekenis ‘groep mensen’ komt set in het begin van de 20e eeuw vooral voor in de combinatie smart set ‘modieus geklede notabelen’ [1902; Groene Amsterdammer]. In de tweede helft van de 20e eeuw komt vooral de combinatie jet set ‘luidruchtige, trendsettende rijkelui’ [1970; Leeuwarder Courant] voor. Beide combinaties zijn ontleend aan het Engels: smart set [1897; in de boektitel The smart set; correspondence and conversations] en jet set [1951; OED].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

set [stel] {1901-1925 in de betekenis ‘partij’; als ‘deel van tennispartij’ 1926-1950; als ‘stel’ na 1950} < engels set < oudfrans sette [opeenvolging] < latijn secta, van secare (verl. deelw. sectum) [snijden, verdelen].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

set-set s.nw.
Minigholf op 'n kunsmatige baan met hindernisse.
Reduplikasie van set, as leenvertaling van Eng. putt-putt.
Eng. putt-putt uit die handelsnaam Putt-Putt, die naam van 'n minigholfmaatskappy, maar wat alg. gebruik word om na die sport te verwys.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

set (de, -s), 1. groep van vier paren, gevormd om een setdans* uit te voeren. Een set wordt gevormd door vier paren, het voorgeschreven aantal om de dansfiguren uit te voeren (Enc.Sur. 554). - 2. kort voor setdans*: z.a. Hiermee was de vierde set ten einde. Met een diepe buiging en een halve pirouette scheidden zich de paartjes (C. Ooft 5). - Etym.: Vgl. E set = o.m. bijeenhorende groep, stel.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

set (Engels set)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

set [set] 1. wiskundige verzameling; 2. compleet stel bij elkaar horende zaken; 3. plek waar filmopnamen worden gemaakt; 4. deel van een tenniswedstrijd waarin een deelnemer ten minste zes games wint, en ten minste twee meer dan zijn tegenstander, behalve in geval van een tie break.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

set ‘stel’ -> Indonesisch sét ‘bij elkaar horend stel (pannen e.d.)’ (uit Nederlands of Engels); Jakartaans-Maleis sèt ‘stel’; Menadonees sèt ‘stel’.

set ‘deel van tennispartij’ -> Indonesisch sét ‘deel van tennispartij’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

set zn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = stel, pakket; paartje. Op het uitje ga je flink zweten. Dus neem een stel schone kleren mee.
= gelegenheidsdoelwit.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

set deel van tennispartij 1908 [Neerlandia] <Engels

set stel 1939-1940 [De Gedehbode 60] <Engels

J. Posthumus (1986), A Description of a Corpus of Anglicisms, Groningen

set, plural sets, de [sɛt/s] Koenen 1940 (in other sense); Koenen 1974 (first numbered sense in lemma); Van Dale 1976 (second numbered sense in lemma). Compounds/derivations: clip/case set, ereset, formulierenset, hi-fi-set, hobby-set, jetset, proofset, snap-out set. Derivation: setje, plural setjes. Editorial comment: Koenen 1940 only has the meaning ‘part of a tennis match’. Loanword from English set n.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal