Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

september - (negende maand van het jaar)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

september zn. ‘negende maand van het jaar’
Mnl. september ‘negende maand’ in September de is guot ‘september, die is gunstig’ [1253; VMNW].
Ontleend aan de Latijnse maandnaam september (genitief septembris), zelfstandig gebruik van het bn. in de verbinding mēnsis september ‘septembermaand’, waarin het tweede woord is afgeleid van septem ‘zeven’, verwant met → zeven 1. Het kalenderjaar van de Romeinen begon met de maand maart, zie ook → januari. Zie ook → oktober, → november en → december, resp. ‘achtste’, ‘negende’ en ‘tiende maand’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

september [negende maand] {septembrem 1050, september 1201-1250} < latijn (mensis) September [de zevende (maand)], mensis [maand], september, van septem [zeven]. Het Romeinse jaar begon oorspr. met maart en september was dus de zevende maand → januari.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

september znw. m., reeds mnl. < lat. september ‘de zevende maand na het begin van het jaar in Maartʼ.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

September znw. Reeds mnl. naast ēvenmaent (d) e.a. ndl. namen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

September m., uit Lat. id.: z. zeven, December.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

September s.nw.
Negende maand van die jaar.
Uit Ndl. september (al Mnl.). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
Ndl. september uit Latyn (mensis) September 'sewende (maand)', met lg. van septem 'sewe'. Oorspr. was September die sewende maand, maar nadat Julius Caesar en Augustus Caesar twee maande na hulself vernoem het (onderskeidelik Julie en Augustus) en dié na Junie ingeskuif het, het September die negende maand geword.
D. September (14de eeu), Eng. September (ongeveer 1150), Fr. septembre, It. settembre, Port. setembro, Sp. septiembre.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

september (Latijn (mensis) September)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

September, Lat. Septem = de zevende (maand), daar vroeger het jaar met Maart begon.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

september ‘negende maand’ -> Indonesisch Séptémber ‘negende maand’; Madoerees septembēr ‘negende maand’; Makassaars sepetêmberé, sitêmberé, têmberé ‘negende maand’; Minangkabaus september ‘negende maand’; Nias sefitemba ‘negende maand’; Soendanees Septembĕr ‘negende maand’; Singalees säptämbara ‘negende maand’; Negerhollands september ‘negende maand’; Papiaments sèptèmber ‘negende maand’; Sranantongo september ‘negende maand’; Sarnami sitambar ‘negende maand’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

september negende maand 1240 [Bern.] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal