Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

semi- - (half)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

semi- voorv. ‘half’
Vnnl. semi- ‘half-’ in leenwoorden, in de breue ende semibreue ‘de breve en de halve breve’ [1567; iWNT zwart I], Semivocalen, dats Halfklainckers, om dat zij zere der vocalen nature genaken ‘semivocalen, dat betekent halfklinkers, omdat zij de aard der klinkers dicht benaderen’ [1581; iWNT semivocaal], de Punct-Comma of Semi-Colon. (lett. halve dubbele punt) Dit Teeken word gebruykt om ... [17e eeuw; iWNT punt I]; nnl. semitoon ‘halve toon’ [1751; iWNT vier I], Semi-arts “iemand die de eerste helft van het artsexamen heeft afgelegd” (nu vero.) [1909; iWNT], semipermeabele omhulsels [1949; iWNT tuin], officiële en semi-officiële instanties [1955; iWNT officieel].
Internationaal voorvoegsel, gebaseerd op het Latijnse voorvoegsel sēmi- ‘half’.
Latijn sēmi- is verwant met: Proto-Germaans sēmi- ‘half’ (ohd. sāmi-, oe. sām-); Grieks hēmi- ‘half’ (zie ook → migraine); Sanskrit -sāmi ‘half’; < pie. *sēmi- (IEW 905), een locatiefvorm van de wortel *sem-/som- ‘één’. De betekenis is dan verschoven van ‘(in) één’ via ‘een van de twee’ naar ‘half’. Voor andere woorden die op deze wortel (nominatief sōm, genitief sm-ós) teruggaan, zie → sommige.
In de Romaanse talen en het Engels is het voorvoegsel semi- al langer productief. Tot aan de 20e eeuw zijn alle Nederlandse woorden met semi- in hun geheel overgenomen uit een van deze talen. Vanaf de 20e eeuw komen ook inheemse samenstellingen met semi- voor. Semi- is synoniem met half-, en net als bij half zelf is de betekenis veelal afgezwakt tot ‘gedeeltelijk, niet-volledig’, zoals in semi-ambtenaar ‘niet-ambtenaar die wel dezelfde rechten, plichten en salariëring e.d. heeft als een ambtenaar’, semibungalow ‘bungalow met zadeldak, waarin zich zolderruimte en slaapkamer(s) bevinden’, semi-intellectueel, semiprofessioneel. Meestal worden leenwoorden gecombineerd met semi- en inheemse woorden met half-, bijv. semipermeabel naast halfdoorlatend, maar een scherp onderscheid is niet altijd te bepalen: semi-overheid, halfvocaal. Soms zijn beide varianten gebruikelijk, bijv. semi-automatisch en halfautomatisch.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

semi- [voorvoegsel met de betekenis ‘half’] {in bv. semibreuen [halfkorte (lettergrepen)] 1567} < latijn semi-, verwant met grieks hèmi- < ∗sèmi-, oudhoogduits sami-, oudindisch sāmi [half].

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

semi- (Latijn semi-)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Semi- (Lat.; = half-). Eerste lid in samenstellingen met de genoemde betekenis.

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Semi- (Lat. half-; wisselt af met hemi-; < Gr. ἡμι-). Het voorvoegsel semi- wordt soms in de lett. bet. gebruikt, b.v. → semi-kubisch, soms om het voorkomen van een grensgeval aan te geven (bv. semidefiniet), soms om uit te drukken, dat de gestelde voorwaarde minder streng is dan in het algemene geval (bv. semiuniform convergent).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

semi- ‘voorvoegsel met de betekenis: half’ -> Indonesisch sémi- ‘voorvoegsel met de betekenis: half’; Minangkabaus semi ‘voorvoegsel met de betekenis: half’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal