Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

selderie - (plant)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

selderie, selderij [plant] {celarie 1635, selderie 1670, selderij 1873} < frans céleri < lombardisch seleri (mv.) < latijn selinum [eppe] < grieks selinon [(wilde) peterselie] (vgl. peterselie).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

selderie of selderij, znw. eerst na Kiliaen, evenals nhd. sellerie m. v., de. zw. selleri, ne. celery < fra. céleri (sedert 17de eeuw: sceleri dʼItalie), maar reeds 15de eeuw normand. scellerin < bovenital. selleri mv. van sellero < lat. selinum. — > russ. selʼ deréj, selʼ deréja (sedert 1717, vgl. R. v. d. Meulen Ts 29, 1910, 253).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

selderie, selderij znw., nog niet bij Kil. Evenals nhd. sellerie m. v., de. zw. selleri, eng. celery uit fr. céleri (< gr.-lat. selînum “eppe”).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

selderie, selderij, sedert de 17e eeuw.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

selderij v., gelijk Hgd. sellerie en Eng. celery, uit Fr. céléri, van Gr. sélinon = soort van peterselie.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

seldery s.nw. Ook selery.
Kruieplant waarvan die blare, stingels en wortel as groente gebruik word.
Uit Ndl. selderie, selderij (1635 in die vorm celarie, 1670 in die vorm selderie, 1873 in die vorm selderij).
Ndl. selderie, selderij uit Fr. céleri uit die It. dialek Lombardies seleri (mv.) uit Latyn selinum uit Grieks selinon 'wilde pietersielie'.
D. Sellerie, Eng. celery.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

selderie (Frans céleri)
selderij (Frans céleri)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Peterselie, van ’t Lat. petroselinum, van ’t Gr. petro-selinon = steen-sellerij.

E. Paque (1896), De Vlaamsche volksnamen der planten van België, Fransch-Vlaanderen en Zuid-Nederland, Brussel

Selder, m. — Te Antwerpen, Bierbeek, Brecht, Brussel, Esschen (grenzen), Gheel, Leuven, Lichtaart, Lokeren, Moll, Neer-IJssche, Nieuwerkerke, O.-L.-V.-Thielt, Oostham, Reeth, Rethy, Tongeren, Turnhout, Vilvoorde. — Id. als SELDERIE.

Sêldĕre, m. — Te Sottegem. — Id. als SELDERIE.

Selderée, m. — Te Gent, Laarne, Wetteren. — Id. als SELDERIE.

Selderie, m. — Te Asper, Gulpen, Meersen. — Apium graveolens L.; fr. Céleri odorant; vl. Geurige Selderij of Selderij alleen.

Selderië, m. — Te Bailleul, Bambecque, Berthen, Brugge, Herzeele, Ledringhem, Meteren, St-Jans-Cappel, Thourout, West-Cappel, Wilder, Wormhoudt. — Id. als SELDERIE.

Selderij, m. — Te Exaarde, Saffelare. — Id. als SELDERIE. — Zie RAAP-SELDERIJ.

Sêleri, m. — Te Berg, Bloir, Freeren, Genoels-Elderen, Herderen, Ketzingen, Looz, Mall, Millen, Nederheim, Sluizen, Tongeren. — Id. als SELDERIE.

Seller, m. — Te D’Worp. — Id. als SELDERIE.

Silderie, m. — Te Beerst, Clercken, Dixmuide, Eessen, Oost-Roosbeke, Poperinghe, Vlamertinghe, Wercken, Woumen. — Id. als SELDERIE.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

selderie, selderij ‘schermbloemige moesplant die gekweekt wordt als groente’ -> Russisch sel'deréj; ook: sel(l)eréj ‘schermbloemige moesplant die gekweekt wordt als groente’; Oekraïens selera ‘schermbloemige moesplant die gekweekt wordt als groente’ <via Russisch>; Indonesisch selédri, seléderi ‘schermbloemige moesplant die gekweekt wordt als groente’; Indonesisch sadri, selad(e)ri, sélederi ‘schermbloemige moesplant die gekweekt wordt als groente’; Ambons-Maleis sèlderèi ‘schermbloemige moesplant die gekweekt wordt als groente’; Balinees sladri ‘schermbloemige moesplant die gekweekt wordt als groente’; Jakartaans-Maleis saderi, seladeri, selèderi, sadri, seladri ‘schermbloemige moesplant die gekweekt wordt als groente’; Javaans sladri, slèdri ‘schermbloemige moesplant die gekweekt wordt als groente’; Kupang-Maleis sèlderèi ‘schermbloemige moesplant die gekweekt wordt als groente’; Madoerees saladdri ‘schermbloemige moesplant die gekweekt wordt als groente’; Makassaars sederêi ‘schermbloemige moesplant die gekweekt wordt als groente’; Menadonees sèlderèi ‘schermbloemige moesplant die gekweekt wordt als groente’; Sasaks sĕladri ‘schermbloemige moesplant die gekweekt wordt als groente’; Soendanees saladri ‘schermbloemige moesplant die gekweekt wordt als groente’; Ternataans-Maleis sèlderèi ‘schermbloemige moesplant die gekweekt wordt als groente’; Creools-Portugees (Malakka) saldreh ‘schermbloemige moesplant die gekweekt wordt als groente’; Singalees säldiri ‘schermbloemige moesplant die gekweekt wordt als groente’; Papiaments sèlder, sèldu (ouder: selde, selder) ‘schermbloemige moesplant die gekweekt wordt als groente’; Surinaams-Javaans slèdri ‘schermbloemige moesplant die gekweekt wordt als groente’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

selderie plant 1635 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal