Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

scooter - (tweewielig motorvoertuig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

scooter zn. ‘tweewielig motorvoertuig’
Nnl. scooter ‘kleine motorfiets van autopedmodel’ in De Ideale Motor voor Heeren en Dames ... eerste ENGELSCHE SCOOTER met veerend zadel [1920; Groene Amsterdammer], die op de straat zo verwenschte ... scooters [1923; Groene Amsterdammer].
Ontleend aan Amerikaans-Engels scooter ‘kleine motorfiets volgens autopedmodel’ [1917; OED], eerder al ‘ijszeiljacht’ [1903; OED], afgeleid van het werkwoord scoot, ouder scout ‘zich snel en plotseling voortbewegen’ [1758; OED]. Verdere herkomst onbekend, mogelijk van Scandinavische oorsprong en dan verwant met Oudnoors skjóta ‘schieten’, zie → schieten.
In het Brits-Engels betekent scooter meestal ‘autoped, step’ [1919; OED]. De gemotoriseerde versie heet in het Brits-Engels meestal motor scooter.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

scooter [motorvoertuig] {1926-1950 in de betekenis ‘motorwagen op rails’; de huidige betekenis na 1950} < engels scooter, van to scoot [rennen, 'm smeren], waarschijnlijk uit Scandinavië, vgl. oudnoors skjota [schieten], verwant met schieten.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

scooter znw. m. ‘motorwagen op rails; -tweewielig motorvoertuigʼ < ne. scooter, afl. van het ww. scoot ‘snel en plotseling gaanʼ, zie ook: schuit.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

scooter (Engels scooter)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

scooter [skoetuh] {langsflitser} lage motorfiets, met kleine, brede wielen, afgedekte motor en (afneembare) spatschermen. Ook wel bekend als ‘pleefiets’. In Italië uitgevonden na de tweede wereldoorlog. De klassieke scooter (Vespa!) is daar nog steeds populair, maar hier na 1970 nauwelijks meer te vinden. Wel maakt sinds 1989 de hypermoderne (en meestal hevig opgevoerde) snorfietsvariant razendsnel opgang, vanwege de trendy vormgeving en het ontbreken van de verplichting een helm te dragen. Het woord scooter was oorspronkelijk de benaming voor een snelle motorboot, maar ook voor een kinderstepje.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

scooter ‘tweewielig motorvoertuig’ -> Indonesisch sekuter, skuter ‘tweewielig motorvoertuig’; Jakartaans-Maleis sekuter ‘tweewielig motorvoertuig’ (uit Nederlands of Engels); Javaans sekuter ‘tweewielig motorvoertuig’; Madoerees sakutēr ‘tweewielig motorvoertuig’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

scooter zn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = stadsbrommer. Stadsbrommers moeten steeds vaker op de rijweg rijden en niet meer op het fietspad.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

scooter tweewielig motorvoertuig 1951 [De Vooys] <Engels

Winkler Prins Boek van het jaar (1958-1980), Amsterdam / Brussel (lemma ‘Nieuwe woorden in onze taal’)

Scooter (1958) in de thans gangbare betekenis een motorrijwiel met kleine wielen, afgeschermde motor en stoelachtige zitplaats. Rijcomfort en utiliteitswaarden prevaleren hierbij boven het sportiviteitselement.
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal