Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

schulpen - (hout in de lengte doorzagen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

schulpen2* [hout in de lengte doorzagen] {1734} een jongere vorm van middelnederlands schorpen, schurpen [opensnijden van een lichaam, ontweien], middelnederduits schür(p)fen, oudsaksisch scurpian, oudhoogduits scurfen, hoogduits schürfen, oudengels sceorpan [openrijten]; verwant met scherp.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

scherpen, schurpen, ww.:, ww.: in de lengterichting doorzagen, schulpen; rijten. Ook Br. en Vl. schurpen, schorpen, Wvl. ook schroppen. Mnl. schorpen, schurpen ‘opensnijden’, Vnnl. schurpen ‘fendre (splijten)’ (Lambrecht), schorpen ‘snijden, kloven, splijten’ (Kiliaan). Os. scurpian, Ohd. scurphen ‘opensnijden (b.v. het lichaam van slachtdieren)’, Mhd. schürpfen, schürfen ‘opensnijden, grommen’, D. Schürfen, Oe. sceorpan, screpan ‘krabben, schaven’. Zoals scherp, schrapen gaat het woord terug op Idg. labiale uitbreiding *(s)kerb(h) < wortel *(s)ker(ə) ‘snijden’, zoals scheren. Samenst. scherpzeeg, schurpzeeg ‘schulpzaag’.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

scherpen, ww.: in de lengterichting doorzagen, schulpen. Ontrond, mede door associatie met scherp, naast Vlaams schurpen, schulpen, schorpen, schroppen. Mnl. schorpen, schurpen ‘opensnijden’, Vnnl. schurpen ‘fendre (splijten)’ (Lambrecht), schorpen ‘snijden, kloven, splijten’ (Kiliaan). Os. scurpian, Ohd. scurphen ‘opensnijden (b.v. het lichaam van slachtdieren)’, Mhd. schürpfen, schürfen ‘opensnijden, grommen’, D. Schürfen, Oe. sceorpan, screpan ‘krabben, schaven’. Zoals scherp, schrapen gaat het woord terug op Idg. labiale uitbreiding *(s)kerb(h) < wortel *(s)ker(ə) ‘snijden’, zoals scheren.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

schulpen ww.: in de lengterichting doorzagen, schulpen. Ovl. schurpen, schulpen, schorpen, Wvl. schurpen, schroppen. Schulpen door wisseling van de liquidae r/l, uit Mnl. schorpen, schurpen ‘opensnijden’, Vnnl. schurpen ‘fendre (splijten)’ (Lambrecht), schorpen ‘snijden, kloven, splijten’ (Kiliaan). Os. scurpian, Ohd. scurphen ‘opensnijden (b.v. het lichaam van slachtdieren)’, Mhd. schürpfen, schürfen ‘opensnijden, grommen’, D. Schürfen, Oe. sceorpan, screpan ‘krabben, schaven’. Zoals scherp, schrapen gaat het woord terug op Idg. labiale uitbreiding *(s)kerb(h) < wortel *(s)ker(ǝ) ‘snijden’, zoals scheren.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal