Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

schroomvallig - (goed geaarde aarzeling)

Etymologische (standaard)werken

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† schroomvallig bnw., niet bij Kil., wel al 17e eeuw. Samenst. afl. van schroom en vallen, het laatste blijkbaar in de bet. ‘zijn’; een soortgelijke formatie is wisselvallig: v.Lessen Samengest. Naamw. 117. Wellicht gevormd naar het voorbeeld van angstvallig.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

schroomvallig bijv., hier vallig = bevallen; voor den vorm verg. dusdanig.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal