Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

schranken - (kruiselings de benen over elkaar slaan)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

schranken* [kruiselings de benen over elkaar slaan] {1350} van schrank, dus ‘schuin plaatsen’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

schranken, ww.: uit de haak zijn, uit elkaar gaan staan. Vlaams schranken ‘kruisen, afwisselend leggen, afwisselen, aflossen, overslaan’. Mnl. schranken ‘kruisen’, Vnnl. schrancken ‘dwars plaatsen’ (Kiliaan). Mhd. schranken ‘waggelend gaan’, Mnd. schrenken ‘dwarszetten’, Ohd. sc(h)renken ‘dwars over elkaar leggen’, D. schränken ‘kruisen, kruiselings over elkaar leggen’. Germ. *skrankjan, Os. giskrankon ‘uiteenspreiden’, Germ. skrankôn. Vgl. D. Schrank ‘kast’, Mhd. schranc ‘hek’, D. Schranke ‘afsperring’, teruggaand op ‘hekwerk van schuine latten’, Wvl. schranke ‘schraag’. Idg. (s)kreng, door nasalering en velare uitbreiding uit Idg. (s)ker- ‘draaien, buigen’. Vormen zonder nasaal zijn D. schräg ‘schuin’, Ndl. schraag ‘met kruisende, schuine latten’.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

schranken ww.: vlas op schranken zetten, gekruist stapelen; afwisselend zetten. Vgl. Vl. schranken ‘kruisen, afwisselend leggen, afwisselen, aflossen, overslaan’. Mnl. schranken “kruisen’, Vnnl. schrancken ‘dwars plaatsen’ (Kiliaan). Mhd. schranken ‘waggelend gaan’, Mnd. schrenken ‘dwarszetten’, Ohd. screnken ‘dwars over elkaar leggen’, D. schränken ‘kruisen, kruiselings over elkaar leggen’. Germ. *skrankjan, Os. giskrankon ‘uiteenspreiden’, Germ. skrankôn. Vgl. D. Schrank ‘kast’, Mhd. schranc ‘hek’, D. Schranke ‘afsperring’, teruggaand op ‘hekwerk van schuine latten’, Wvl. schranke ‘schraag’. Idg. *(s)kreng, door nasalering en velare uitbreiding uit Idg. *(s)ker- ‘draaien, buigen’. Vormen zonder nasaal zijn D. schräg ‘schuin’, Ndl. schraag ‘met kruisende, schuine latten’.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

schranken (E, G, L, W, ZO), ww.: kruisen, afwisselend leggen, afwisselen, aflossen, overslaan. Mnl. schranken ''kruisen', Vnnl. schrancken 'dwars plaatsen' (Kiliaan). Mhd. schranken 'waggelend gaan', Mnd. schrenken 'dwarszetten', Ohd. sc(h)renken 'dwars over elkaar leggen', D. schränken 'kruisen, kruiselings over elkaar leggen'. Germ. *skrankjan, Os. giskrankon 'uiteenspreiden', Germ. skrankôn. Vgl. D. Schrank 'kast', Mhd. schranc 'hek', D. Schranke 'afsperring', teruggaand op 'hekwerk van schuine latten', Wvl. schranke 'schraag'. Idg. (s)kreng, door nasalering en velare uitbreiding uit Idg. (s)ker- 'draaien, buigen'. Vormen zonder nasaal zijn D. schräg 'schuin', Ndl. schraag 'met kruisende, schuine latten'.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

schranken, ww.: kruisen, afwisselend leggen, afwisselen, tegenkomen, aflossen, overslaan. Mnl. schranken ‘kruisen’, Vroegnnl. schrancken ‘ex transverso ponere’. Mhd. schranken ‘waggelend gaan’, Mnd. schrenken ‘dwarszetten’, Ohd. sc(h)renken ‘dwars over elkaar leggen’, D. schranken ‘kruisen, kruiselings over elkaar leggen’. Germ. *skrankjan, Os. giskrankon ‘uiteenspreiden’, Germ. skrankôn. Vgl. D. Schrank ‘kast’, Mhd. schranc ‘hek’, D. Schranke ‘afsperring’, teruggaand op ‘hekwerk van schuine latten’, Wvl. schranke ‘schraag’, schranke (O) ‘dik touw (scheepvaart)’. Idg. *(s)kreng, door nasalisering en velare uitbreiding uit Idg. *(s)ker- ‘draaien, buigen’. Vormen zonder nasaal zijn D. schräg ‘schuin’, Ndl. schraag ‘met kruisende, schuine latten’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

schranken ‘de tanden van een zaag verbuigen’ -> Duits dialect schranken ‘de tanden van een zaag verbuigen’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal