Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

schouw - (boot)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

schouw2* [boot] {schoude, schou(we), scholde 1317} oudhoogduits skalta, middelhoogduits schalte, van middelnederlands schoud [duw], oudsaksisch skaldan, oudhoogduits scaltan (hoogduits schalten) [voortbomen] (vgl. schel2).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

schouw 2 znw. v. ‘pont’, mnl. scoude, scouwe v. ‘open schuit’, vgl. rijnlands schalde, mhd. schalte m. (on. skalda < mnd. schalde). Eigenlijk ‘een vaartuig dat geboomd wordt’, vgl. os. skaldan, ohd. scaltan ‘met een boom voorwaarts bewegen’, afgeleid van ohd. scalta ‘boom van een schuit, bootshaak’ < idg. *skol-dhā ‘afgesneden stok’ van de wt. *(s)kel ‘snijden’, waarvoor zie: schel 1. — > amerik.-eng. scow (vgl. J. E. Neumann JEGPh 44, 1945, 275), maar ook schots en iers (sedert 1775, vgl. Bense 353).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

schouw II (pont), mnl. scoude (scouwe) v. “open schuit”. = mhd. schalte m., rijnsch schalde “id.”. Met andere bet. ohd. scalta, mhd. schalte v. “boom (om een schuit voort te boomen)”. Niet — ofschoon dat semantisch mogelijk zou zijn — van de basis sqel- “snijden” (zie schel I), maar veeleer van het ww. ohd. scaltan “stooten, sturen” (nhd. schalten), os. skaldan “voortboomen”, waarover zie bij schelden. Een onaannemelijke hypothese brengt ohd. scalta, -an enz. bij gr. péltē “lans, staak”. Ohd. ook de samenst. scalt-scif, -scëf o. “pont”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

schouw II (pont). Met ohd. scalta vgl. Maastr. šaw ‘grendel, knip’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

schouw 2 v. (pontschuit), Mnl. scoude + Ndd. dimin. schauke, Rijnsch schalde, Ohd. scaltscif: van Os. skaldan + Ohd. scaltan (Nhd. schalten) = voortboomen, schuiven.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

schol II, schòlle, schólde, (met onklankwettig t) skolte vlotbrug, veerpont, open praam (Rond de Overijsselse kanalen, Heerde, Hattem). = nl. schouw ‘platboomd vaartuig’, = gron. schaauw ‘praam’, = mnl. scoude, scouwe ‘open schuit’, ~ ohgd. scalta ‘boom v.e. schuit, bootshaak’, ~ os. skaldan ‘voortbomen’ en ohgd. scaltan ‘stoten, sturen’. Oorspronkelijk dus is het woordbenaming voor de stok waarmee geboomd werd. De betekenis ‘vlotbrug’ dateert pas van de kanalisatie in de tweede helft van de 19e-eeuw.
Mulder 117, Bosch 37, DB XLVIII, 113-126, NEW 628.

sjaw, sjauw, sja, scha, sjaaf schuifgrendel (Limburg). = hgd. schalte ‘stootstang’ (~ hgd. schalten ‘schakelen’). = nl. schouw ‘platboomde schuit’, welks betekenis zich via ‘vaarboom’ uit ‘stootstang’ ontwikkelde.
WLD II afl. IX 139, WNT XIV 952, TT VI 117, Endepols 381.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

skou III [+]: (wdbw.) platboomboot; Ndl. schouw (Mnl. scoude/ scouwe), Eng. scow (wsk. verb. m. Os. scaldan, “’n boot van wal stoot”.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Schouw (schuit), van ’t Mnl. scoude, van’t Germ. scaldan = stooten, voortstooten; hier: het voortboomen in ’t water.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

schouw ‘boot’ -> Engels scow ‘platboomd vaartuig’; Schots scow ‘boot met platte bodem’; Duits Schau ‘boot’; Amerikaans-Engels scow ‘platboomd vaartuig’.

N. van der Sijs (2009), Yankees, cookies en dollars, Amsterdam

Amerikaans-Engels scow, groot, platbodemd vaartuig, meestal gebruikt voor het vervoer van zand, kiezel of afval (Craigie, Webster).
- Van Nederlands schouw ‘platboomde schuit’; overgenomen in de zeventiende eeuw en nog in gebruik.
* De Nederlanders namen hun platboomde schouwen mee naar Nieuw-Nederland, en omdat deze boten heel geschikt waren voor het vervoer van goederen over de talrijke rivieren, werden vaartuig en naam al heel vroeg overgenomen door de Yankees. De boten werden ook gebruikt als veerboot. Men zei ook wel scow-boat of scow schooner. De Nederlandse schouw werd ook overgenomen in het Schots en Iers, maar dat gebeurde onafhankelijk van het Amerikaans-Engels en pas later, in de negentiende eeuw.
1669 The Governor hath given me Orders ... to provyde a scow to help ye souldiers in their provision of fire wood.
1828 The ferry flat is a scow-boat.
1835 The Scows, used exclusively for grain, flour, lumber, &c, ... are employed by the farmers to carry their own produce to market.
1913 At the foot of Castro street ... the scow schooners, laden with sand and gravel, lay hauled to the shore in a long row.
De werklieden op de schouwen werden scow-gang of scowmen genoemd:
1891 The oyster next falls into the hands of the ‘scow-gang,’ men whose specialty it is to remove them from the floats.
1906 12 Scowmen and bargemen along the North and East River fronts.
In de twintigste eeuw werd de scow in de VS doorontwikkeld tot een klein, platbodemd wedstrijdjacht, nadat men de boot al in de negentiende eeuw met zeilen had uitgerust - inmiddels is de scow dan al bekend in een groot deel van de VS en al lang niet meer alleen aan de oostkust:
1848 Scow. (Dutch, schouw.) A large flat-bottomed boat, generally used as a ferry boat, or as a lighter for loading and unloading vessels when they cannot approach the wharf. On Lake Ontario they are sometimes rigged like a schooner or sloop, with a lee-board or sliding keel, when they make tolerably fast sailers. (Bartlett)
1929 The result of these changes was that ten years after the Britannia was built the type of racing yacht had developed into a scow with a fin keel. (OED)
In het verleden was ook een gespecialiseerde schouw in de VS bekend, de Nederlandse modderschouw die in de mond van de Yankees een mud-scow werd en waarmee een modderpraam werd aangeduid, een platbodem die gebruikt werd als baggerschuit:
1766 To Be Sold, a new Mud-Scow, 24 Foot long, and can carry 12 or 14 Tons Weight.
1848 A mudscow (Dutch, modder-schouw) is a vessel of this description, used in New York for cleaning out the docks. (Bartlett, scow)
1894 Charlie Thayer ... could manage any kind of a boat from a crack yacht to a mudscow.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

schouw* boot 1317 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal