Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

schoonvegen - (vuil verwijderen)

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2181. Ieder moet zijn eigen stoep schoonvegen,

d.w.z. ieder moet zijn eigen gebreken verbeteren, voordat hij zich met die van anderen bemoeit; ook ieder moet voor zijn eigen belangen zorg dragen. Zie no. 309; Harrebomée II, 307 b: Men moet niet een andersmans stoep schoon maken, voordat de onze rein is; vgl. Sart. I, 7, 47: ab ipso lare incipe, maeckt het voor u eygen deur eerst schoon; Poirters, Mask. 20: Vaeght voor u eyghen deur, wilt ghy de straet schoon hebben; Servilius, 11: Een yegelic kuysset vore syn eyghen duere, so sullen alle de straten reyn syn; Handelsblad, 12 Juli 1914 (ochtendbl.) p. 2 k. 6: Veeg eerst voor uw eigen deur; De Arbeid, 23 Nov. 1913 p. 2 k. 1: Wij werpen echter de smeur terug en geven Oudegeest in ernstige overweging voor eigen deur te vegen; 8 April 1914 p. 4 k. 1: De bedoeling is alleen aan te toonen, dat de modernen niets te laag is, om andersdenkenden te treffen, terwijl ze zelf liever eerst voor eigen deur moesten vegen; Het Volk, 9 Juli 1915 p. 2 k. 4: In de ‘vrije’ pers is deze fraude erkend, maar gezegd, dat de ‘modernen’ wel voor hun eigen deur moesten vegen. Syn. uitdr. bij Anna Bijns, Refr. 36, vs. 11: Stopt uws selfs scuyte, want voorwaar sij es lec; Huygens, Zeestraet, 949: Elck syn pelsje pluys'; elck kraeck' sijn' eigen luys. In Zuid-Nederland: elk vage voor zijn deur (fr. chacun doit balayer devant sa porte) of kuische zijnen eigen kant, bemoeie zich met het zijne, verantwoorde zich zelf (Joos, 74; Waasch Idiot. 323 b; 684 a; Schuermans, Bijv. b), wiede zijn eigen lochting (binnenplaatsVolkskunde XII, 99.), - zijn eigen hof (Joos, 162; Ndl. Wdb. VI, 838); in het eng. sweep before your own door; hd. ein jeder fege (kehre) vor seiner Tür, er findet schmutz genug dafür; in het Nederd. elk schrâp sinen egen Pott; zie Eckart, 412; Dirksen II, 24; Reuter, 28; Wander II, 1235; IV, 1191; fr. elts hat genôg oan syn eigen tun to wjudden (vgl. Brederoo II, 143: Wy buyten ons selven niet eens behoeven te treden om werck te vinden, vermidts in een ygelijks tuyn genoech te doene valtZie Harrebomée I, 313; Ndl. Wdb. VI, 838.).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal