Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

schonen - (ontzien, sparen)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

schonen, ww.: sparen, ontzien. Mnl. schonen ‘verschonend behandelen, sparen, ontzien’, Vnnl. schoonen ‘sparen’ (Kiliaan). Vgl. D. schonen ‘id.’. De bet. is ‘schoon, lief, vriendelijk behandelen’.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

schonen sparen (Gennep). Vgl. hgd. schonen ‘id.’ (afl. bij schoon). Grondbet.: ‘schoon behandelen’.
Kluge 675, Van Dinter 162.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

schonen ‘ontzien, sparen’ -> Deens skåne ‘ontzien, sparen’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors skåne ‘ontzien, sparen’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds skona ‘ontzien, sparen’ (uit Nederlands of Nederduits).

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal