Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

Schans - (geografische naam)

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

Schans1 (Deurne, NB)
1838-1857 De Schans1; schans 'versterkingswerk'.
Lit. 1GHAN 4 102.

Schans2 (Leudal, Lb)
1803-1820 Schantz1, 1866 Schans2, 1913 Schans3; schans 'versterkingswerk'. De naam verwijst naar een voormalige boerenschans, ook Roggelse Schans geheten, deels nog in het landschap aanwezig.
Lit. 1krt Tranchot, 2Kuyper Roggel, 3Pott 381.

Schans3 (Westervoort, Gl)
1749 Plan Van Het Fort Gelders Oorth1, 1830-1855 Schans Gelderoort2; Genoemd naar een schans 'versterkingswerk' ter plaatse.
Lit. 1archieven.nl 2040, 2GHAN 3 99.

De Schans1 (Bergen op Zoom, NB)
schans 'versterkingswerk'.

De Schans2 (Hardenberg, O)
1830-1855 De Schans1, 1899 De Schans2; schans 'versterkingswerk'.
Lit. 1GHAN 3 21, 2Pott 309.

De Schans3 (Kollumerland en Nieuwkruisland, Fr)
Fries De Skâns. schans 'versterkingswerk', in 1580 aangelegd. Heet ook wel De Wal.

De Schans4 (Lelystad, Fl, U)
1994 Schans, De1; Nnl. schans 'versterkingswerk'. In het stadscentrum van Lelystad. Zie ook → De_Stelling en → De_Veste.
Lit. 1Vuga 1994 125.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal