Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

schabben - ((verouderd) schaven, schurken)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

sjabben, ww.: voortdurend op de been zijn. Schabben intensivum van schaven. Ook wederk. ww. zich sjabben ‘zich krabben’. Zie schab.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

schabben, ww.: in de grond krabben. Intensivum van schaven. Zie schab.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

schabben (DB), ww.: in flarden scheuren. Mnl. ww. schabben ‘krabben, schuren’, Vroegnnl. schabben ‘scabere, scalpere, radere’ (Kiliaan), ‘schaven, schrabben’ (WNT). Schabben is een intensivum ( v > bb) van schaven. Vgl. D. schaben, Got. skaban ‘scheren’, E. shave ‘scheren’, Lat. scabere ‘krabben, schaven’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

schabben ‘(verouderd) schaven, schurken’ -> Frans dialect † escaber ‘glijden (langs een muur, zich verbergend)’.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal