Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sandwich - (twee sneetjes brood met beleg ertussen; zacht puntbroodje)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

sandwich zn. ‘twee sneetjes brood met beleg ertussen’; (BN) ‘zacht puntbroodje’
Nnl. sandwich ‘broodje met vlees ertussen’ [1847; Kramers], soep en sandwiches [1885; Gelderlander], sandwich “twee dunne belegde sneetjes brood op elkaar” [1930; Brandt], “puntje” (BN) [1971; De Clerck].
Ontleend aan Engels sandwich ‘twee sneetjes brood met vlees’ [1762; OED], genoemd naar John Montagu, de vierde graaf van Sandwich (1718-1792), die ooit 24 uur doorbracht aan de speeltafel met als enig voedsel tussendoor wat plakjes koud vlees tussen geroosterde sneetjes brood. De plaatsnaam betekent letterlijk ‘zandwijk’, zie → zand en → wijk.
Lit.: Sanders 1993

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sandwich [twee sneetjes brood met beleg] {1901-1925} < engels sandwich, genoemd naar John Montagu, de vierde earl van Sandwich (1718-1792), een fanatieke speler, die de tijd niet nam om normaal te eten, maar zich met ‘sandwiches’ aan de speeltafel voedde. Captain Cook noemde naar hem de Sandwich Eilanden; sandwich komt van engels sand [zand] + latijn vicus [dorp] (vgl. wijk1), en betekent dus ‘Zandwijk’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

sandwich znw. m., laat-nnl. < ne. sandwich genoemd naar John Montagu graaf Sandwich (1718-1792), die deze lekkernij zou hebben uitgevonden; hij was een verwoed speler, die zich onder het spel voedde met met ham belegde sneetjes brood zonder korst.

Daarnaar ook later de naam sandwichman, omdat zij op borst en rug een groot reclameplakkaat dragen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† sandwich znw., laat-nnl. uit eng. sandwich (naar John Montagu graaf van Sandwich 1792). Ook in andere talen ontleend.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

sandwisj, zn.: puntbroodje, puntje. BN in bovenstaande betekenis. In de standaardtaal is een sandwich ‘twee sneetjes brood met kaas of ham ertussen’. Vernoemd naar John Montagu, earl of Sandwich (1718-1792). Hij was een verwoed speler en at aan de speeltafel ‘sandwiches’ om het spel niet te hoeven onderbreken.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

sandwisj, zandwisj, zn.: puntbroodje, puntje. Zandwisj is volksetymologisch. BN in bovenstaande betekenis. In het Ndl. is een sandwich ‘twee sneetjes brood met kaas of ham ertussen’. Vernoemd naar John Montagu, earl of Sandwich (1718-1792). Hij was een verwoed speler en at aan de speeltafel ‘sandwiches’ om het spel niet te hoeven onderbreken.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

sandwich (Engels sandwich)

E. Sanders (1993), Eponiemenwoordenboek: Woorden die teruggaan op historische personen, Amsterdam

sandwich, twee sneetjes brood met beleg
Op 24 november 1762 schreef de historicus Edward Gibbon in zijn dagboek dat hij die dag in de exclusieve Cocoa Tree in Londen had gegeten. Twintig of dertig van de voornaamste mannen uit het koninkrijk had hij gezien, dinerend aan kleine tafeltjes, kauwend ‘upon a bit of cold meat or a Sandwich.’
De sandwich bestond toen nog maar net. Dat wil zeggen: het gebruik om vlees tussen twee sneetjes brood op te dienen is al zo oud als vlees en brood. De Romeinen noemden zo’n broodje een offula. Maar in 1762 kreeg dit simpele gerecht voor het eerst de naam sandwich.
Het was de Fransman Pierre Grosley die in 1770 als eerste de herkomst van dit woord beschreef. Grosley verbleef in 1765 in Londen, waar woord en broodje zich toen met een snelheid verspreidden die vergelijkbaar moet zijn geweest met de opkomst, een paar jaar geleden, van het broodje shoarma.
De sandwich, schreef Grosley, was genoemd naar John Montagu, de vierde graaf van Sandwich. Talloze taalkundigen hebben deze bewering later nageplozen en volgens een van hen werd de eerste ‘sandwich’ op 6 augustus 1762 om vijf uur ‘s ochtends opgediend.
De hevig aan gokken verslaafde graaf van Sandwich, geboren op 3 november 1718, had toen al 24 uur achtereen aan de speeltafel doorgebracht. Om het kaartspel niet te hoeven onderbreken voor een maaltijd, vroeg hij een bediende hem twee sneetjes brood te brengen waartussen volgens de ene studie ham moet hebben gezeten, en volgens een andere ‘sliced beef’ met groente, kaas en misschien wat ui.
Het verhaal kreeg vleugels, de sandwich raakte eerst in Engeland en daarna in Frankrijk in de mode en werd vervolgens in bijna iedere nationale keuken en taal opgenomen. Er volgden talloze samenstellingen, zoals de sandwichman, in 1832 door Charles Dickens bedacht. Het Nederlands kent onder veel meer de sandwichhanddruk en de uitdrukking in de sandwich nemen.
Overigens is de samenstelling van de sandwich in onze woordenboeken nogal aan devaluatie onderhevig geweest: in 1899 sprak men nog van ‘koud vleesch, caviar of iets dergelijks’, terwijl hedendaagse woordenboeken zich beperken tot ‘vlees en kaas’.
Voor de graaf van Sandwich was het niet de eerste kaartmarathon waaraan hij deelnam. John Montagu maakte carrière als politicus en admiraal en in beide hoedanigheden maakte hij er een potje van. Hij verwaarloosde de Engelse vloot en raakte in talloze politieke schandalen betrokken. Hij was corrupt, nam steekpenningen aan en vergaf hoge posten aan incompetente partijgenoten. Anderzijds bevorderde hij het maken van ontdekkingsreizen, reden voor kapitein James Cook om in 1778 de Sandwich-Eilanden, nu de Hawaii-eilanden, naar hem te noemen. Bij dat alles had Sandwich ook nog een onaangenaam uiterlijk.
Charles Churchill schreef in 1763 dat de graaf van Sandwich leek op iemand die half was opgehangen maar bij wie het touw per ongeluk was doorgesneden. Over zijn wankelende manier van lopen merkte iemand eens op: ‘Ik weet zeker dat het Lord Sandwich is, want zoals je kunt zien, loopt hij aan beide zijden van de straat tegelijk.’
Sandwich stierf op 30 april 1792, 74 jaar oud. Samen met de graaf van Spencer (z.a.) werd hij vereeuwigd in een rijmpje, door Ernest Weekley in The Romance of Words (1912) als volgt geciteerd:
Two noble earls, whom, if I quote,
Some folks might call me sinner;
The one invented half a coat,
The other half a dinner.

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

sandwich [sendwitsj] twee dunne, liefst korstloze, sneetjes witbrood met hartig beleg ertussen, genoemd naar John Montagu (1718-1792), de 4e graaf van Sandwich, die zo verslingerd was aan kaarten dat hij om het spel niet te hoeven onderbreken het vlees voor de maaltijd tussen twee sneetjes brood liet serveren.

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Sandwichs noemt men een soort broodjes met vleesch. De naam wordt aldus verklaard. De Engelsch minister Sandwich bracht eens 24 uren achtereen in een speelhuis door. Hij werd zóó door den hartstocht voor het spel beheerscht, dat hij zich geen tijd gunde te middagmalen. Men bracht hem af en toe een sneetje gebraden rundvleesch tusschen geroosterd brood en hij at die al spelende op.
Ook voor reclame gebruikt men tegenwoordig vaak een man, die twee groote houten borden met opschriften draagt, nl. één op de borst en één op den rug. Zijn vleesch tusschen twee planken doet denken aan bovengenoemd broodje. Vandaar de naam ook voor deze wandelende reclame.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

sandwich zn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = dubbele boterham, dubbeldekker.
[sport] = straatgescheur. Straatgescheur is onverantwoord. Waarom is het dan niet verboden?

sandwich- samenst. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = gelaagd, lagen-.
[alg.] = spanning, belasting, druk. De dertigers van deze tijd voelen de druk om beter te presteren dan waartoe ze zich in staat voelen.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sandwich twee sneetjes brood met beleg 1910 [WNT] <Engels

J. Posthumus (1986), A Description of a Corpus of Anglicisms, Groningen

sandwich, ['sɛntwɪtʃ] Koenen 1940 (in other sense); Koenen 1974 (in other sense); Van Dale 1976 (in other sense) bestaande uit twee platen van hetzelfde materiaal met een laag van andersoortig materiaal ertussen: “Luxalon sandwichpanelen zijn 60 cm breed en tot een lengte van 10 meter aan een stuk keverbaar.” (280952). Compounds/derivations: sandwichpaneel (Van Dale 1976), sandwichwand. Loanword from English sandwich n.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal