Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sandelhout - (houtsoort)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sandelhout [houtsoort] {sandale, sandel 1287, sandelhout 1595} het eerste lid < latijn sandalum < grieks sandanon, santalon < oudindisch candana-; het geurige hout werd gebruikt voor reukoffers. Vgl. voor de betekenis ceder, thuja, tijm.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

sandelboom znw. m., laat-mnl. sandale, sandel, sander ‘sandelhout’, evenals nhd. sandelholz, ne. sandalwood < fra. sandal, ital. spa. sandalo < arab. ṣandal < perz. čändäl < oi. čandana (Lokotsch Nr. 1825).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

sandel-[-boom, -hout], later-mnl. sandale, sandel (sander, sandre) “sandelhout”. Evenals nhd. sandel(-holz o.) “id.”, eng. sandal(-tree, -wood) uit het Rom.: fr. sandal, spa. it. sandalo. Dit uit arab. ṣandal (< oi. candana-) “sandelhout”, waaruit ook gr. sántalon, (bij Cosmas tzandánē), lat. santalum, fr. santal “id.”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

sandelboom m., uit Fr. sandal, van Mlat. santalum, door Ar. šandal, uit Skr. candanas, van wrt. cand = glanzen.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

sandelhout (van verouderd Frans sandal)

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Sandelhout
Misschien moest ik dit woord niet opnemen, daar de Ouden σάνταλον, santalum hebben; maar ’t is mogelijk, dat onze uitspraak met de d van de Arab. gekomen is, die dit hout zandal of zandel (صندل) noemen, er van oudsher veel gebruik van maakten en het in de Middeleeuwen aan de Europeanen verkochten.

Dateringen of neologismen

R. Schutz (2007), Brekend nieuws, Nijmegen

sandaalhout. Letterlijke vertaling van Engels sandal wood = sandelhout; 1 pakje sandaalhout wierook (1999); Hoewel hij had gevraagd om monnik te mogen worden, werd hij in 7 april 1782 geëxecuteerd volgens de traditie: gebonden in een fluwelen zak en doodgeknuppeld met een stok van sandaalhout, zodat geen koninklijk bloed zichtbaar zou vloeien; De klankkast is gemaakt van vier lagen Chinese eik, waardoor een stok van rood sandaalhout of Indiaans roodhout wordt gestoken.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sandelhout houtsoort 1595 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal