Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sage - (volksoverlevering)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

sage zn. ‘volksoverlevering’
Mnl. saghe ‘wat verteld wordt’ in sage ‘verhaal, vertelling’ [1240; Bern.], doe saul horde die saghe ‘toen Saul dit verhaal, hoorde’ [1285; VMNW], ‘verzinsel’ in het es de waerheit het en es geen sage ‘het is de waarheid, het is geen verzinsel’ [1285; VMNW], wonderlike zage ‘vreemd verhaal’ [ca. 1350; MNW], aventuer, fabel, saghe ‘verdicht verhaal, mooi verhaal’ [1477; Teuth.]; vnnl. sage ‘romantisch verhaal, heldengeschiedenis’ in Die schoone Maaghd, Waar meenigh saage van gewaaght, Europe ‘Europa, de schone maagd, over wie veel sagen spreken’ [1657; WNT].
De oudste vormen en betekenissen zijn afgeleid van de wortel van → zeggen ‘spreken, verhalen’. De huidige vorm en betekenis zijn ontleend aan het Hoogduits, vandaar de spelling met s-.
Mnd. sage ‘verhaal, verslag’; ohd. saga ‘het spreken, verhaal’ (nhd. Sage ‘mythe, gerucht’); oe. sagu ‘gezegde, rede’ (me. sawe, ne. saw ‘gezegde, spreekwoord’); on. saga ‘heldendicht, verhaal’ (nzw. saga ‘sprookje’); < pgm. *sagwō-.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sage [volksverhaal] {1657, maar pas in de 19e eeuw door de romantiek gebruikelijk geworden} < hoogduits Sage [idem], hetzelfde woord als middelnederlands sage, zage [wat men zegt, verhaal] {1201-1250} van zeggen.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

sage

In de letterkunde noemt men een verhaal met een historische kern dat door de mondelinge overlevering sterk is veranderd, een sage. In de algemene taal verstaat men er onder: een ongeloofwaardig verhaal, een verzinsel. Het woord is aan het Duits ontleend en is verwant met het werkwoord sagen: zeggen. Eigenlijk betekent sage dus: das Gesagte, dat wat gezegd is. De begin-s van het woord bewijst dat het Nederlandse woord onder invloed van de geschreven Duitse vorm staat. Sage komt in allerlei betekenissen voor, maar reeds in het Middelnederlands verstond men er onder: gerucht, praatje, onzin. Dit is merkwaardig, omdat men toen in de historiciteit bijvoorbeeld van de sagen met Karel de Grote als hoofdpersoon geloofde.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

sage znw. v., in de 18de eeuw < nhd. sage, vgl. echter reeds mnl. saghe v. ‘wat iemand zegt, gerucht, verhaal, nonsens’, mnd. sage v. ‘het zeggen, verhaal, gerucht, beslissing, uitspraak’, ohd. saga v. ‘het zeggen, verhaal, gerucht’, ofri. sege v. ‘uitspraak’, oe. sagu v. ‘het spreken, verhaal, getuigenis, voorspelling’, on. saga v. ‘mondelinge mededeling, verhaal, bericht’. — Afl. van zeggen.

De reden, dat in de 18de eeuw de duitse vorm opnieuw overgenomen werd, is dat het in het nhd. de speciale bet. gekregen had van ‘bericht over gebeurtenissen in het verleden, die langs mondelinge weg overgeleverd zijn’. Een typisch woord van de romantiek.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

sage znw. Blijkens de s beïnvloed door den geschreven hd. vorm. Mnl. sāghe v. “wat iemand zegt, gerucht, verhaal, praatjes, nonsens” = ohd. saga v. “het zeggen, spreken, verhaal, gerucht” (nhd. sage), mnd. sāge v. “id., beslissing, uitspraak”, ofri. sege v. “uitspraak”, ags. sagu v. “het spreken, verhaal, getuigenis, voorspelling” (eng. saw), on. saga v. “het mondeling meedeelen, vertelling, bericht”. Bij zeggen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

sage v., uit Hgd. id., verbaalabstr. van sagen = zeggen. In 't Mnl. bestond dit woord ook: saghe, dat in 't Nndl. zaag zou geworden zijn (vergel. taal, tellen).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

sage s.nw.
Legendariese verhaal oor 'n volksheld waarin geskiedenis met fantasie vermeng word.
Uit Ndl. sage (al Mnl.) 'verhaal, gerug', waarna 'volksverhaal' (1657). Ndl. sage hou verband met zeggen 'sê'.
D. Sage (9de eeu), Eng. saga (1709).
Vgl. saga.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

sage: legendariese verhaal; Ndl. (18e eeu) sage uit Hd. sage (Mnl. saghe, “gerug, (enige) verhaal”), Ohd. en On. saga, “mondeling oorgelewerde verhaal”, hou verb. m. Ndl. zeggen, Hd. sagen, Eng. say, Afr. en verderop m. Lat. imp. (in)seque, “sê, noem, vertel”; saga (On.) en sage eint. doeb., lg. minder beperk as in On.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

sage (Duits Sage)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Sage (van: zeggen = vertellen). Aldus noemt men de oude volksoverleveringen, die wel op een historischen grondslag berusten, doch waarvan de verdichting de waarheid vaak tot onherkenbaar wordens toe heeft gewijzigd. De sage staat dan ook vooral onder den invloed der verbeelding van het volk en de poëzie werkt het oorspronkelijke, eenvoudige feit, dat aan de sage ten grondslag ligt, verder uit. De onderscheiding van tijd en plaats valt ook dikwijls weg, zoodat feiten, die jaren lang na elkander en op verschillende plaatsen zijn voorgevallen, vereenzelvigd worden en samensmelten. De stof der sage heeft meestal betrekking op historische gebeurtenissen, doch ook vaak op goden en halfgoden (mythen). Vooral aan oude bouwvallen knoopt het volk vaak een sage vast, of aan bergtoppen, heuvelen, enz. Zoo zijn bijv. een lange reeks van verschillende Rijnsagen (aan de Rijnoevers) ontstaan.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Sage, Hgd. Sage, van ’t werkw. sagen = zeggen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

sage ‘volksverhaal’ -> Indonesisch saga, sage ‘volksverhaal’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sage volksverhaal 1483 [MNW] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal