Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

rover - (plunderaar)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

ruiver, ruiber, zn.: rover. Pendant van D. Räuber.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

rover zn. m.: hommel. Eigenlijk een bij die in een andere korf de honing komt roven (Joos).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

rover ‘plunderaar’ -> Engels rover ‘piraat; piratenschip; (verouderd) plunderaar; (padvinderij) voortrekker, scout’ (uit Nederlands of Nederduits); Esperanto rovero ‘scout van zeventien jaar en ouder’ <via Engels>; Negerhollands roofer, rabu ‘plunderaar’ (uit Nederlands of Engels).

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1079. Er zijn kapers (of roovers) op de kust.

Deze uitdr. werd in de 17de eeuw gebruikt in den algemeenen zin van: er is gevaar, blijkens Winschooten, 214: ‘Daar sijn roovers op de kust, dat is, daar is onraad’; in dezelfde beteekenis vindt men ze in de Gew. Weeuw III, 29; Paffenr. 68. Zie verder Tuinman I, 146: ‘Daar zyn roovers op de kust. Dat zegt men, als 'er zyn, die ymand ergens van trachten te ontzetten’; evenzoo II, 39 en 166; Sewel, 681 en 371: Pas op, daar zyn kaapers op de kust. In Oost-Friesland zegt men schertsend hê hed 'n kaper op de küste voor: hij heeft een concurrent (Ten Doornk. Koolm. II, 171 b; Wander II, 1135: es ist ein Kaper(er) an de Küste, wenn jemand uns belauert und dasselbe ziel mit uns verfolgt; auch von Nebenbuhlern in Heirath angelegenheiten. Thans gebruiken wij deze uitdr. ‘wanneer iemand ons bespiedt en hetzelfde doel met ons bejaagt; wanneer wij gevaar loopen, dat een meisje ons ontvrijd wordt, een post of eenig voordeel ons ontgaat, omdat er mededingers naar het meisje, den post of het voordeel zijn’; Vgl. Sara Burgerhart, 676: Ik wou u eens vragen, of Juffrouw Letje t' avond of morgen niet een goede vrouw voor Willis zyn zoude? of zyn er al kapers op de kust? C. Wildsch. II, 156; V. Eijk I, 89; P.K. 98: Ik behoefde niet bang te zijn voor kapers, vat je? Jans was vijf en dertig toen we trouwden, en van zessen klaar, hoor! Heuvel, Volksgeloof en Volksleven, 389: Ook gedoogt de jongelingsschaar maar noode dat een vreemde naar een meisje uit de streek komt vrijen. Zoo'n kaper op de kust houdt niet altijd den rug vrij; Het Volk, 3 Juli 1914 p. 8 k. 1: Ging het (bloemenverkoop) Zaterdag goed, Zondag kwamen er kapers op de kust, en wel van roomsche zijde. Ook zij boden bloemen te koop aan; Ndl. Wdb. VII, 1452; XIII, 1373. In 't fri. de Ingelsken binne op 'e kust, er is onraad.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal