Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

route - (weg, koers)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

route zn. ‘weg, koers’
Vnnl. zeylagie, weghe ende route ‘koers, weg, reisrichting’ [1549; WNT zeilage I], de route naer Oxford ‘de weg naar O.’ [1688; WNT].
Ontleend aan Frans route ‘pad’ [1160-74; TLF], eerder rute ‘weg, richting’ [1121-34; TLF], dat ontwikkeld is uit vulgair Latijn *rupta, een verkorting van *via rupta ‘gebaande weg’, uit klassiek Latijn via ‘weg’ (zie → via) en ruptus, verl.deelw. van rumpere ‘openbreken, forceren’ (zie → roven). Oorspr. ging het om een opengekapte weg in de wildernis.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

route [weg] {1643} < frans route < latijn (via) rupta [gebroken, (door het bos) gebaande (weg)], vr. verl. deelw. van rumpere [breken, openbreken] (vgl. ruiter).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

rót (zn.) route; Nuinederlands route <1549> < Frans route.

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

rut, zn.: spoorweg. Fr. route. Samenst. ruthuiske ‘wachthuisje van de spoorwachter’.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

rut 2, zn.: weg, spoorweg. Fr. route.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

roete s.nw.
Pad, rigting.
Uit Ndl. route (1643).
Ndl. route uit Fr. route uit Latyn (via)rupta 'oopgebreekte, gebaande pad, oorspr. deur 'n bos', waaruit 'pad'.
Vgl. roetine.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

roete: pad, weg; Ndl. (l7e eeu) route, soos Eng. route, uit Fr. route, wat verb. hou m. Lat. rupta (verl. dw. v. ww. rumpere, “breek”, bv. om ’n baan/pad deur te breek).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

route ‘weg’ -> Indonesisch rute ‘weg’; Menadonees rute ‘weg’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

route weg 1643 [WNT wel V] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal