Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

rooien - (juist treffen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

rooien1 [treffen, mikken] {royen [in de rooilijn zetten] 1429} van roye [rooilijn] (vgl. raai1).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

rooien 1 ww. ‘in de rooilijn zetten; treffen, berekenen; in orde brengen’, vgl. in 1528 roeyen (Hoorn) en 1498 roypael (Amsterdam); het woord rooilijn het eerst 1506 te Amsterdam. — Afl. van rooi 1.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

rooi znw. In de bet. “het rooien, mikken, schikken” een afl. van rooien I “mikken, schikken”, oorspr. “in de rooilijn zetten”, met welke bet. roeyen ’t eerst te Hoorn 1528 voorkomt (roymeester m., roylijn v. [nnl. rooilijn], roypael m. ’t eerst te Amsterdam 1507 resp. 1506, 1498), ’t komt van mnl. roye v. (’t eerst te Utrecht 1429) “rooilijn” (nnl. rooi “id.”), dat op ofr. roie “streep” (= raie; zie rei) teruggaat.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

rooien 1 o.w. (streek houden), denomin. van rooi, Ofra. roie (thans raie) = groef: z. rei 1 en rei 2.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

roeien, ww.: werpen, gooien. Ook Ovl. roeien, roen, Wvl. rooien. Vnnl. royen, roeden, roeyen, ruyen ‘gooien’ (Kiliaan). Misschien door betekenisverschuiving uit rooien < roden ‘uitroeien, uittrekken’.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

roeien (B, G, ZO), roen (L), ww.: gooien. Wvl. rooien. Misschien door betekenisverschuiving < rooien, roeien < roden 'uitroeien'. Afl. omroeien, omroen, omrooien.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

rooien 2 (DB), ww.: gooien. Vroegnnl. royen, roeden, ruyen ‘iacere’ (Kiliaan). Misschien door betekenisverschuiving uit rooien < roden ‘uitroeien, uittrekken’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal