Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

robuust - (krachtig)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

robuust [krachtig] {1705} < frans robuste [idem] < latijn robustus [van eikenhout, stevig, krachtig], van robus, nevenvorm van robur [eikenhout, wintereik, kracht, kern] (vgl. roborantia).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

robuus b.nw.
Kragtig, sterk gebou.
Uit Ndl. robuust (1705).
Ndl. robuust uit Fr. robuste uit Latyn robustus 'eikehout', waaruit die bet. 'hard, sterk' ontwikkel, die b.nw. van robus 'die rooi eik'.
D. robust, Eng. robust.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

robuust (Frans robuste)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

robuust krachtig 1619 [WNT Bijv.+verb.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal