Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ritme - ((periodieke) accentuering)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

ritme zn. ‘(periodieke) accentuering’
Nnl. rhythmus ‘regelmaat in het leven; polsslag; rijm’ [1734; Hubner/Westerhovius], algemener ‘periodieke accentuering’ in rolden de spoorwegwielen hun rythmen af. Tíkkete, tíkkete, tíkkete [1876; WNT], rhythme (ev.) [1893; WNT], ritme [1912; WNT].
Ontleend aan Latijn rhythmus ‘periodieke beweging in muziek en redevoering’, dat ontleend is aan Grieks rhuthmós ‘periodieke beweging’, afleiding van rheĩn ‘stromen’, verwant met → stromen.
In het Nederlands werd tot in de 20e eeuw vaak geen helder onderscheid gemaakt tussen rhythmus/rhythme en metrum. Kiliaan bijv. geeft bij het woord rijm de volgende (Latijnse) betekenisomschrijving: “rhythmus, numerus (= regelmatige beweging, maat in de muziek, versmaat), metrum”. Hier wordt rhythmus gelijkgesteld aan ‘metrum’. De hedendaagse betekenis treffen we ook aan in Rijm, (waardoor wij hier verstaan de vloeientheit van een vers, Rhythmus, Fr. Cadance) [1760; WNT rijm II].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ritme [wisseling in beweging] {rhythmus 1734, rhytme 1876} < latijn rhythmus < grieks ruthmos [lijn van de melodie, maat, ritme], van reō [ik vloei].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

ritme s.nw.
Reëlmatige afwisseling van o.a. klanke en bewegings.
Uit Ndl. ritme (1734).
Ndl. ritme uit Latyn rhythmus.
D. Rhythmus, Eng. rhythm.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

ritme (Latijn rhythmus)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ritme ‘wisseling in beweging of tonen’ -> Indonesisch ritme ‘afwisseling van korte en lange notenwaarden’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ritme wisseling in beweging 1734 [WNT rhytme] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal