Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

Rijswijk - (geografische naam)

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

Rijswijk1 (Buren, Gl)
918-948 kopie 11e eeuw Risuuic1, 1139 kopie 14e eeuw Rijswich1, 1179 kopie 14e eeuw Rijswijc1, 1599 Rijswijck2, 1665 Ryswyck3; Samenstelling van onl. wic, wijk1 'hoeve, nederzetting, dorp' en ris 'loot, twijg, tak(ken), rijshout', hier misschien 'vlechtwerk'4.
Lit. 1Künzel e.a. 1989 312, 2krt Hornhovius, 3krt Blaeu, 4Künzel e.a. 1989 312.

Rijswijk2 (Duiven, Gl)
Uitspraak: rieswiek. Ca. 1200? in Riswich1, 1423 Ryswyck2, 1662 Ryswyk3, 1866 't Huis Rijswijk4, gebouw: 1913 Rijswijk (Kasteel)5; Samenstelling van onl. ris 'loot, twijg, tak(ken), rijshout', hier misschien 'vlechtwerk', en wijk1 'hoeve, nederzetting, dorp'6. In een oorkonde van 838 kopie 11e eeuw is onder Groessen sprake van curtem dominicatam et terram salaciam7 (zie ook → Zeeland1), hetgeen mogelijk betrekking heeft op Rijswijk.
Lit. 1Künzel e.a. 1989 312, 2Van Mieris IV 696, 3krt Blaeu, 4Kuyper Duiven, 5Pott 377, 6Künzel e.a. 1989 312, 7OSU 63.

Rijswijk3 (Rijswijk, ZH)
Ws. eind 11e eeuw kopie ca. 1420 Riiswiic1, 1162 en 1167 Risuuic1, 1197-1212 Riswic1, 1200 Riswic1, 1280-1287 rysewiic2, 1317 Ryswijc3, 1351-1356 Rijswijc4; Samenstelling van onl. wic, wijk1 'hoeve, nederzetting, dorp' en onl. ris 'loot, twijg, tak(ken), rijshout', hier misschien 'vlechtwerk'5. Bij Rijswijk lag het Rijswijkerbroek, nu de Oude- en Nieuwebroekpolder, 1130-1161 kopie ca. 1420 Riiswikerbroeke, 1200 Riswikerbroke, 1504 Rijswickerbrouck6.
Lit. 1Künzel e.a. 1989 312, 2Corpus Gysseling I 497, 3Hamaker 1875v I 16, 4Blok 1910 318, 5Künzel e.a. 1989 312, 6Idem 313.

Rijswijk4 (Woudrichem, NB)
Uitspraak: rijzek. 1076-1081 vervalst? kopie 12e eeuw Riswic1, 1e kwart 13e eeuw Riseuuihc2, 1233 Rysewich3, 1300 kopie Rijswijc4, 1312-1350 Ryswyc5; Samenstelling van wijk1 'hoeve, nederzetting, dorp' en rijs 'loot, twijg, tak(ken), rijshout', hier misschien 'vlechtwerk van rijshout'.
Lit. 1Künzel e.a. 1989 312, 2OBNB 133, 3OBHZ 554, 4Korteweg 1948 17, 5Galesloot 1865 137.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal