Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

rift - (grenenhout, radiaal uit de stam gezaagd)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

rift [grenenhout, radiaal uit de stam gezaagd] {rifthout 1926-1950, rift na 1950} < engels rift < deens rift [scheur].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

rift bij kleine kinderen om het lijf geslagen doek (Noordelijke dialecten). = fri. ruft ‘luier’ = oeng. rift ‘kleed, mantel, doek’, ono. ripti ‘kleed’. ~ ohgd. beinrefta (mv.) ‘broek’. Van een wortel die ‘winden, wikkelen’ betekent en aanwezig is in oijsl. reifa ‘wikkel’ en nl. reef ‘strook in een zeil dat samengeplooid kan worden’.
WNT XIII 177, IEW 858.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal