Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

regel - (schrijflijn; woorden op een lijn; gewoonte; voorschrift)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

regel zn. ‘schrijflijn; woorden op een lijn; gewoonte; voorschrift’
Mnl. regel, regule, reghel ‘voorschrift, geheel van voorschriften’ in ouer regle van leuene ‘over de leefregels, de kloosterregel’ [1236; VMNW], regle ‘liniaal, maatlat’ [1240; Bern.], ‘lijn, schrijflijn’ in lynye of regule recht uyt trecken [1477; Teuth.], ‘lat, plank’ middelhout ... dair men die reglen off maecte ‘hout van gemiddelde grootte waar men de latten van maakte’ [1420; MNW]; vnnl. ‘wet in de wetenschap’ in de Gulden reghel (of) Regel van dryen [1609; WNT] ‘gewoonte, maatstaf’ in voor eenen vasten regel ... stellen [1623; WNT], 't is geen regel dat ... ‘het is niet de gewoonte om’ [1635; WNT]; nnl. regel ‘iets wat vastligt’ in geen regel zonder uitzondering [1701; WNT].
Ontleend aan Latijn rēgula ‘lat, maatstaf, richtsnoer, regel’, verwant met regere ‘richten, leiden, sturen, afbakenen’, zie → regeren. Zie ook → richel.
Mnd. regule, regele, reggele; ohd. regula, regile (nhd. Regel); oe. regol; on. regula, regla (nzw. regel).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

regel [lijn, reeks woorden, gewoonte] {regel(e), regule [rij, leefregel, gewoonte] 1236} < latijn regula [liniaal, lat, regel], van regere [richten] (vgl. regeren).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

regel znw. m., mnl. reghele, regle v. ‘regel, richtsnoer, orderegel’, mnd. regule ( > on. regla), ohd. regula (nhd. regel), oe. regol m. < lat. rēgula. Het woord behoort tot de vroeg ontleende kloosterwoorden en bleef altijd min of meer onder de invloed van het lat. woordbeeld; intussen wijzen ook oe. regol en ofra. riule op een lat. vorm rĕgula. Daarentegen gaan op de vormen met ē ook terug ofra., me. reule (ne. rule). De vorm mnl. reggele, mnd. reggele kan teruggaan op een gesyncopeerde vorm *regla.

Maar het woord regula is ook in de volkstaal overgenomen, zoals in mnl. rēghel m. ‘plank, lat, rechte lijn, liniaal’, mnd. rēgel m. ‘grendel, dwarsstang, lat, reeling’, ohd. rigil (nhd. riegel) ‘grendel’, ofschoon men hier ook aan een germ. woord gedacht heeft, zonder evenwel daarvoor een aannemelijke etymologie te kunnen geven (Kluge-Mitzka 599). — In de volkstaal werd lat. ē als ī opgevat en leverde dan in het nnl. ij of bij verkorting ī: zie daarvoor: richel.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

regel znw. In de bet. “regel, richtsnoer, orderegel” reeds mnl. rēghel(e), rēgle v., ohd. rëgula (nhd. regel), mnd. rēgule v., ags. rëgol m. (eng. rule > ofr. reule), on. rëgla v. Uit lat. rȇgula “id.”. Aangezien we van den geschreven vorm moeten uitgaan, is het niet noodig *rĕgula aan te nemen. De vorm is zoo weinig veranderd, doordat men voortdurend het woord als geleerd en als één met het lat. woord bleef voelen. Daarop wijst nog de ook mnl. veel voorkomende schrijfwijze regule. Denzelfden oorsprong hebben de volgende woorden, die direct bij ’t overnemen volkswoorden zijn geworden: 1. ohd. rigil m. (nhd. riegel) “grendel”, mnd. regel m. “id., dwarsstang, lat, dwarsbalk, reeling”; mnl. rēghel m. “plank, lat, rechte lijn, liniaal” (vla. Antw. nog regel m. “liniaal”) is zeldzaam; gew. ook in deze bet. rēg(he)le v.; vgl. nog ags. reogol-sticca m. “regola”, — 2. ndl. richel (sedert Kil.; wellicht uit *rîʒlô- of *rîʒla-: vgl. Kil. rijchel; rijchel > richel zou ook met secundaire verscherping van de ʒ = 3. kunnen zijn; ook fri. richel), — 3. mnl. rijghel (m.?) “grendel, lat”; voorde ij vgl. krijt I. Met richel vgl. nog tichel. On. rëgla v. beteekent ook “rechte staaf”. De mnl. vorm reggele v. “rij” schijnt speciaal bij Ruusbroec voor te komen; vgl. mnd. reggele naast regule. Wsch. via *reʒlǝ ontstaan. Men beschouwt sommige der hier besproken woorden, o.a. hd. riegel, wel als echt-germ. Dit is onaannemelijk wegens de overeenstemming in bet. met rom. woorden als ofr. reille “ijzeren staaf” (hieruit eng. rail; wsch. ook vla. reil(e) “lat of stang van hout of metaal”).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

regel. Bij ohd. rigil ‘grendel’ adde: ofri. reil m.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

regel m., gelijk Hgd. regel, riegel, Ags. regul, Eng. rail en Ofra. reule (waarvan Eng. rule), uit Lat. regulam (-a), een afleid. van regere: z. regeeren.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1reël s.nw.
1. Lyn waarop geskryf word. 2. Iets wat volgens tradisie gewoonlik gebeur of is. 3. Aanvaarde ordening, gebruik. 4. Reglement, voorskrif, wet. 5. Ry woorde naas mekaar.
Uit Ndl. regel (al Mnl. in bet. 1 - 4, 1591 in bet. 5).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

reël: skryflyn; bepaling; gewoonte; voorskrif (of formulering daarvan); Ndl. regel (Mnl. reghele/regle), Hd. regel, Eng. rule (via Ofr., r(i)ule uit Lat. regula, “reguit stok”, om o.a. mee te meet); hieruit ook ww. “afspreek, bepaal; rangskik; vasstel”.

Thematische woordenboeken

J. van de Kamp en J. van der Wijk (2006), Koosjer Nederlands: Joodse woorden in de Nederlandse taal, Amsterdam; inclusief ongepubliceerde aanvullingen door de auteurs

regel 1): rij graven (Sf. carreire): rabbijnen en parnassijns werden vaak in een speciale zogeheten ‘gedistingeerde regel’ begraven 2): rij zitplaatsen in de synagoge 3): zie rekel | < Jidd. < Lat. regula: lat, meetlat, maatstaf, richtsnoer, van regere: richten of < ouder Ned. regel: rij < Lat.

— “Hoe is je naam, mannetje?” “Mijn naam, mijn naam - mijn naam is goddank goed, meneer, d’r was nog nooit iets op te zeggen boroeg hasjem.” “Kom, kom,” boemant de straatheilige, “geen gekheid, ik moet weten hoe je heet. Je hebt een bekeuring.” “Een bekeuring, u mag me wel centen toegeven voor me tijdverlies, een bekeuring en waarom, als ik - beleefd mag zijn?” “U hebt uw wagen onbeheerd laten staan op de publieke weg en dat verbiedt de wet.” “Neem me niet kwalijk, meneer, ik heb juist de wet opgevolgd... (verbaasd oog van ’t koper) ja zeker, vraag u ’t maar aan meneer, die ’t gezien heeft (dat ging op mij)...” “Och ja, agent, ziet-u, de Joodse wet schrijft voor, dat iedere Jood een lijkwagen enige passen moet volgen, die man moest dus zijn plicht doen. Och, laat ‘m nu maar lopen, ’t kost hem een hele dag om de schade van een bekeuring in te halen.” “Ja, maar meneer, ik moet toch ook mijn plicht doen. Daar komt al een inspecteur aan.” “Nu dan, doe wat u goeddunkt” - en ik knipoogde naar mijn rasgenoot in zuidvruchten. [...] “U woont?” “Ja, meneer!” “Kom, waar dan?” “Tegenover Tewele Slap, naast ’t water-en-vuur-huis van Joli...” “Maak jij maar gekheid mannetje, wil je me asjeblieft precies zeggen je adres, waar je woonplaats is?” “Zeeburg, regel... tegenwoordig woon ik nog zolang Joden-Houttuinen, nommer... maar ik ga verhuizen naar Zeeburg.” “‘t Is goed, mannetje, rij nou maar door en gauw ook, anders mag je uitrusten op ’t Meijerplein. Vooruit mensen, doorlopen...!” (M. DE HOND, 1909)
— De begraafplaatsen kenden ook de z.g. counemregel. Het Nederlandse woord hier gebruikt in de zin van speciale rij, in dit geval voor ter aarde bestelde priesters. Zo’n regel bevond zich aan de rand van de begraafplaats. (JAAP MEIJER, 1984)

rekel (mv.: -s, reklajem, klajims), regel (Barg.): voet, poot, been. Linke rekels: dunne benen | < Jidd. reggel < Hebr. règel: voet, poot; een van de drie opgangs- of pelgrimsfeesten (Pasen, Wekenfeest, Loofhuttenfeest).

— Och, dat was zunnen schlemiel. He ha een mies ponem en zukke mieze reklajem, da’j hum niet veur ’n hakkel konnen spannen, of de heele weald lachen oe oet. (J.G.M. MOORMANN, 1934)
— Vrolijke Dennie werd dagen lang kregelig, onrustig, angstig voor zijn bedreigd broodje. Hij wrong zijn hand diep, al dieper de zakken in. Dennie’s fris gezicht vergoorde geel, geleek peperkoek. Zijn rekels brandden. Zijn moeder, zijn verschrompelde vader, werkeloos, de kinderen niets waard... alleen zijn één-jaar-jongere-broer, op de markt... (IS. QUERIDO, 1931)

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

regel (Latijn regula); (als --) (vert. van Engels as a rule); (tussen de -s lezen) (vert. van Frans lire entre les lignes)

H. Beem (1975), Resten van een taal: woordenboekje van het Nederlandse Jiddisch, Assen

regel barg. en veehandelaren; poot, poten; hebr. règel, voet, been.

[Nederlandse woorden in joodse omgeving]
regel in Joodse kringen gebruikt: rij begraafplaatsen; rabbijnen en parnassiem werden in een speciale zgn. gedistingeerde regel begraven.

H. Beem (1974), Uit Mokum en de mediene: Joodse woorden in Nederlandse omgeving, Assen

regel barg. < jidd. poot.

[Judaeo-Nederlands]
regel in Joodse kringen gebruikt: a. rij graven; rabbijnen en parnassijns werden vaak in een speciale zogenaamde “gedistingeerde regel" begraven; b. rij zitplaatsen in de synagoge.

Ch.F. Haje (1932), Taalschut, schrijf weer Nederlandsch, Leiden

Als regel
Dit verwart men met in den regel. Als regel = bij wijze van regel, voorschrift, wet: Laat dit u als regel gelden. Deze levenswijze dient U als regel te volgen. In den regel = met zekere regelmaat voorkomende, gewoonlijk, doorgaans: Ze eten in den regel om twaalf uur. Die leerlingen komen in den regel te laat. Dat is al erg genoeg, maar kwamen de jongelui als regel te laat, wie zou dan de baas op school zijn? Verzekert u een huisvrouw, dat ze als regel alles in den oven kookt, weet dan, dat zij zich tot gehoorzame dienares van zulk een kookmethode heeft gemaakt.
Zoo duidelijk te voelen als het verschil tusschen als regel en in den regel is, zoo ongevoelig zijn onze pennemenschen daarvoor. In den regel hebben zij weggedaan.

A. Moortgat (1925), Germanismen in het Nederlandsch, Gent

regel (in den regel). — Deze Duitsch getinte zegswijze (in der Regel) beteekent: over ’t algemeen, door den band, gewoonlijk, doorgaans, meestal, meestentijds. Al werd ze door eenige taalkundigen afgekeurd (zie Meert, Distels, 134), men mag zeggen dat ze haar proeftijd gedaan heeft.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Regel, van den wt. reg, zie Recht, verwant met rekken; regel is dus: wat gerekt is; ontleend aan ’t Lat. regula = lat, richel, richtsnoer (wat dus ook gerekt is); fig.: richtsnoer, voorschrift, bijv. kloosterregel. Ook regel = rij van letters: oorspr. de lijn met een regel op ’t papier getrokken. Verwant is rij. Het werkw. is regelen.

M. Siegenbeek (1847), Lijst van woorden en uitdrukkingen met het Nederlandsch taaleigen strijdende, Leiden

regel. In navolging van het Hoogduitsche taalgebruik, leest men thans niet zelden, ook bij goede schrijvers, in den regel, voor ’t geen wij, als Nederlanders, doorgaans, meestal plagten te noemen. Ik twijfel zeer, of iemand in deze overneming wel eene wezenlijke taalverrijking zal vinden.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

regel ‘lijn; reeks woorden; richel; gewoonte’ -> Zweeds regel ‘grendel, schuif’ (uit Nederlands of Nederduits); Indonesisch régel ‘(de bovenste rand van een) verandamuur; muurplank; meetlat’; Creools-Portugees (Ceylon) régel ‘gewoonte; lijn’; Negerhollands regel ‘gewoonte’; Sranantongo regel ‘gewoonte’; Surinaams-Javaans rékhel ‘lijn, zin’ <via Sranantongo>.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

regel lijn 1236 [CG I1, 20] <Latijn

regel gewoonte 1573 [Plantijn] <Latijn

J. Posthumus (1986), A Description of a Corpus of Anglicisms, Groningen

als regel, Koenen 1974. “Als regel lossen de praktische Britten dit soort vraagstukken in de praktijk pragmatisch op.” (191088). Editorial comment: The phrase ‘als regel’ is often taken exception to as a reprehensible Anglicism (cf. Koenen). The proper Dutch expression is ‘in de regel’. Loan translation from English as a rule.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal