Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

reëel - (werkelijk; zakelijk, redelijk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

reëel bn. ‘werkelijk; zakelijk, redelijk’
Vnnl. reel, reeel ‘betreffende zaken, zakelijk’ in reel ofte personnel ‘betreffende zaken of personen’ [1535; WNT], ‘daadwerkelijk te verrichten’ in onderhout van schoyinghe, ende andere Reële lasten [1623; WNT]; nnl. reeel, reëel ‘in werkelijkheid, werkelijk bestaand’ in Reeel, Realiter, werklyk en in der daad [1732; WNT], reëele feiten [1887; WNT], ‘niet-imaginair, niet-virtueel’ in een reëel of objectief beeld [1869; De Jong beeld], ‘van de werkelijkheid uitgaand, redelijk’ in te reëel om zoo ... tragisch te doen [1902; WNT], dat het ... geen reëel voorstel is [1948; WNT].
Ontleend aan Frans réel ‘authentiek, werkelijk’ [1688; TLF], eerder al reel, real ‘werkelijk bestaand’ [ca. 1485; TLF] en reel ‘betreffende zaken of goederen, niet betreffende personen’ [1283; TLF]; dat woord is zelf ontleend aan Laatlatijn reālis ‘werkelijk, echt bestaand’, een afleiding van klassiek Latijn rēs ‘zaak, ding’, zie ook → ad rem, → realiseren, → rebus, → republiek.
Latijn rēs is wrsch. verwant met: Sanskrit rāyí- ‘bezit; rijkdom’; Avestisch raē-, rāii- ‘rijkdom’; < pie. *Hréh1(i)- (IEW 860).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

reëel [werkelijk] {1535} < frans réel [idem] < middeleeuws latijn realis [idem] (vgl. realiseren).

Thematische woordenboeken

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Reëel (< Fr. réel; < Lat. realis = werkelijk; < res = ding). Math. samenvattende term voor rationaal en irrationaal bij getallen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

reëel ‘werkelijk’ -> Zweeds rejäl ‘flink, degelijk, fiks, fors’ (uit Nederlands of Nederduits); Indonesisch riél, riyil, riil ‘werkelijk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

reëel werkelijk 1732 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal