Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

redactie - (het opstellen, gereedmaken van een krant, boek enz.; de redacteuren; kantoor der redacteuren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

redactie zn. ‘het opstellen, gereedmaken van een krant, boek enz.; de redacteuren; kantoor der redacteuren’
Nnl. redactie ‘het opstellen, redigeren’ in de redactie van de ... Courant ‘de wijze waarop de krant wordt opgesteld’ [1796; WNT], ‘gezamenlijke uitgevers van tijdschriften’ [1812; Vad.lett., 383], ‘elk der vormen waarin een stuk is opgesteld’ in de laatste redactie der concept-wet [1816; WNT transito], ‘wijze waarop een stuk is opgesteld’ in de veelal langwijlige redactie (van het Wetboek) [1838; WNT], ‘uitbrengers van boekwerken’ in Voorberigt, door de Redactie [1849; Vad.lett., 34-35], redactie ‘kamer waar de redacteuren arbeiden’ [1864; Calisch].
Ontleend aan Frans rédaction ‘het op schrift stellen’ [1534; TLF], ontleend aan middeleeuws Latijn redactio (genitief -ionis), een afleiding van Latijn redigere (verl.deelw. redāctus) ‘in een toestand brengen, maken tot, beperken’, eerder al ‘terugdrijven, terugvoeren’, gevormd met een nevenvorm van het voorvoegsel → re- ‘terug-’ bij agere ‘in beweging zetten, sturen’, zie → ageren. Zie ook → reageren. Uit de betekenis ‘het opstellen van een schriftelijk werk’ ontstonden de betekenissen ‘wijze waarop een werk is opgesteld’ en bij overdracht ‘personen die opstellen, of het opstellen begeleiden’; uit die laatste betekenis ontstond bij verdere overdracht de betekenis ‘ruimte waar de redactie werkt’, al kan verkorting van (weliswaar iets later geattesteerde) samenstellingen als redactiebureau [1879; Groene Amsterdammer] en redactiekamer [1885; WNT] ook een rol hebben gespeeld.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

redactie [het opstellen van een stuk, de inkleding] {1548 in de betekenis ‘voordracht’; de huidige betekenis 1796} < frans rédaction < middeleeuws latijn redactionem, van redactum, verl. deelw. van redigere [vastleggen, registreren] (vgl. redigeren).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

redaksie s.nw.
1. Handeling of proses van 'n stuk teks op te stel en te redigeer. 2. Gesamentlike personeel wat 'n stuk teks opstel en redigeer. 3. Vorm van die inhoud van 'n stuk teks.
Uit Ndl. redactie (1796 in bet. 1, 1824 in bet. 2, 1827 in bet. 3).
Ndl. redactie uit Fr. rédaction.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

redactie ‘redactionele staf van krant of tijdschrift; het opstellen van een stuk’ -> Indonesisch rédaksi ‘redactionele staf van krant of tijdschrift; het opstellen van een stuk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

redactie het opstellen van een stuk, de inkleding 1796 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal