Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ramsj - (ongeregelde handel, goederen tegen verlaagde prijs)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

ramsj zn. (NN) ‘ongeregelde handel, goederen tegen verlaagde prijs’
Nnl. eerst ramsjen ‘opkopen’ [1906; WNT], dan ramsch ‘ongeregelde, goedkope handel’ [1918; WNT ramschen], rams(j) o.a. ‘goedkoop verkochte overtollige boeken’ [1972; Endt].
Oorspr. een Bargoens woord, (mogelijk ook via het Duits) ontleend aan Jiddisch Ramsch ‘rommel; goedkoop gekochte ongeregelde goederen, bijv. uit failliete boedels’, waarvan de herkomst niet geheel duidelijk is. Mogelijk gaat het terug op Frans ramas ‘samenvoegsel’ [1538; TLF], dat in het Duits ‘bijeengegaarde hoop’ [1700-50; Pfeifer] ging betekenen en dat is afgeleid van ramasser ‘(weer) bijeen brengen, oprapen’ [ca. 1213; TLF], gevormd uit → re- ‘opnieuw, weer’ en amasser ‘samenvoegen’ [1160; TLF], dat weer een afleiding met a- ‘tot’ is van masse ‘massief stuk, klomp’, zie → massa. Vanwege Rotwelsch ramschen ‘bedriegen, oplichten’ is ook gedacht aan Jiddisch ramoës ‘bedrog’ (< Hebreeuws rammāʾūþ), maar de klemtoon (op mo) maakt dit onwaarschijnlijk. Bovendien betekent ramsj noch in Nederland noch in Duitsland ‘bedrog’. Er bestaat ook een Jiddisch werkwoord rams(j)en ‘goedkoop inkopen’. Dit lijkt in het Rotwelsch gedeeltelijk te zijn samengevallen met Jiddisch rammen ‘bedriegen’ (bij Jiddisch ramme ‘bedrieger’ uit Hebreeuws rammai ‘id.’); zo ook Rotwelsch berammen en berams(ch)en ‘bedriegen’ (Wolf). Het enige Hebreeuwse werkwoord dat in de buurt van Jiddisch ramsj en rams(j)en komt, is rāmas ‘vertrappen’, dat via een nomen agentis *ram(me)sen kan opleveren. Omdat er voor Bargoens ramsj geen Hebreeuwse bron gevonden kan worden, is het misschien een afleiding van Jiddisch rams(j)en. Bij al deze etymologieën moet een palatalisatie van de s worden aangenomen, maar verwisseling van s en sj komt in het Jiddisch meer voor.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ramsj [barg.: ongeregelde handel] {1918, vgl. ramsjen 1906} < jiddisch ramsj, mogelijk van rammoës [bedrog] < hebreeuws rammaʼut, ramāʼōth [bedriegerijen], waarschijnlijk mede onder invloed van fr. ramas [samenraapsel].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

ramsj znw. m. (bargoens) ‘ongeregeld goed, rommel’ < nhd. ramsch. Dit woord gaat ten dele terug op het reeds 1847 in de Berlijnse boeventaal voorkomende ramschen ‘bedriegen’ < hebr. ramma’ūth ‘bedrog’. Dan heeft het zich gekruist met fra. ramas ‘verwarde massa’, afgeleid van het ww. ramasser < vulg. lat. *readmassāre.

Thematische woordenboeken

J. van de Kamp en J. van der Wijk (2006), Koosjer Nederlands: Joodse woorden in de Nederlandse taal, Amsterdam; inclusief ongepubliceerde aanvullingen door de auteurs

ramsj, ramsch: ongeregelde goederen, die beneden de normale prijs verkocht worden, ongeregelde handel, rommel, uitschot; in de ramsj zijn: tegen afbraakprijzen te koop zijn (in het bijzonder van boeken die niet goed lopen); daarvan: ramsjen; ramsjer; ramsjpartij, ramschore; en verramsjen: tegen afbraakprijs verkopen | < Jidd., mogelijk van ramoës: bedrog, zwendel < Hebr. ramooes (ramaoet): bedrog, van het ww. rimo (rima): bedriegen, waarschijnlijk mede onder invloed van Fr. ramassis: samenraapsel, zootje, van ramasser: verzamelen, oprapen, ophalen.

— Esther: “Ramschers zijn jullie, ramschers!... Ik heb ’t woord nooit zo goed begrepen als nu... En ik... ik draag de juwelen van de vrouwen, die door jullie op straat zijn gezet... De kleren waar ik groots op was... van de mensen, die door jullie aan lager wal zijn gebracht!... En ik schold op de mensen, die me zonder groeten voorbijgingen... op de meisjes van muziekles, die me niet bij d’r thuis vroegen... omdat ik de dochter ben van Violier... ik schold op ze... en begreep niet dat zij gelijk hadden...”
Van Keulen: “Dat hebben ze niet! Wat doen wij meer oneerlijks dan zij? Wij proberen zo goedkoop mogelijk te kopen... dat doen zij ook!” (WILLEM SCHÜRMANN, 1911)
— Woensdag was er ’n reuzen-Waterlooplein. Zo groot als de hele stad, als ’t hele land. De feestdag van de Stem. Aller zielen stem. Allemaal partijen. Geregeld en ongeregeld, reëel en ramsch, net en nep, kleuren in keur, kleurloze middenstof, alle stof voor alle smaak. (M. DE HOND, 1926)
— Op de markt op het Amstelveld was ook een stalletje van geramschte boeken. (ANDRÉ VAN PRAAG, 1975)
— Toch wordt ook de levenscyclus van het christelijke boek korter: ‘Een hoekje met ramsj hebben we tegenwoordig ook.’ (DINY SCHOUTEN, 1992)

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

ramsj (Jiddisch ramsch)

H. Beem (1975), Resten van een taal: woordenboekje van het Nederlandse Jiddisch, Assen

ramsch uitschot, rommel; ook ongeregelde goederen, die goedkoop gekocht worden bijv. uit failliete boedels; van jidd. ramme, rammo-es, waarschijnl. mede onder invloed van het fr. ramas, samenraapsel; z. ramsj.

ramsj = ramsch; ramsjen ramschen; overgegaan in de ndl. volkstaal.

H. Beem (1974), Uit Mokum en de mediene: Joodse woorden in Nederlandse omgeving, Assen

ramsj < jidd. ongeregelde goederen, die beneden de normale prijs verkocht worden; ook uitschot, rommel; het woord heeft waarschijnlijk als achtergrond het jidd.-hebr. rammo-es = bedrog, terwijl daarnaast het Franse ramas = samenraapsel wellicht invloed gehad heeft; zie ook Kluge Et.W. s.v.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ramsj Bargoens: ongeregelde handel 1918 [WNT] <Jiddisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal