Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

raam - (plan, afmeting)

Etymologische (standaard)werken

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

raam 2 m. (plan, afmeting), verbaalabstr. van ramen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

raam, zn.: sprong. Van raam ‘schatting’ < ramen ‘schatten’. Vandaar ‘schatting van een mikpunt, richting’ > ‘aanloop tot een sprong, sprong’.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

raom sprong (Bommelerwaard, Noordoost-Nederland). ~ raome ↑.
Van de Water 122, Kocks 993.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

raam (DB), zn. m.: aanloop (voor een sprong), zwaai (van de arm voor een slag, stoot), berekende richting. Mnl. raem ‘het mikken of doelen op’. Afgeleide bet. van raam ‘raming, schatting’. Vroegnnl. raemen, micken ‘collimare, designare oculis, considerare’ (Kiliaan).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal